Exempla in de welsprekendheid
Romeinen waren dol op exempla: dit zijn gedenkwaardige daden van beroemde mannen en vrouwen uit het verleden, die diep in hun collectieve geheugen waren gegrift. Denk bijvoorbeeld aan Mucius Scaevola, die zijn rechterhand verbrandde om de Etruskische koning Lars Porsenna zijn moed te tonen; aan Cloelia, die samen met andere vrouwelijke gevangenen uit het Etruskische kamp ontsnapte; of aan Fabius Maximus Cunctator, die Hannibal verzwakte door hem niet rechtstreeks te bestrijden.
Voorbeeldige helden uit het verleden waren overal aanwezig in Rome: iedereen kende hen, zodat het voldoende was om alleen hun naam te noemen; iedereen in het publiek herinnerde zich dezelfde verhalen over hen. Historici zoals Livius en Velleius Paterculus, die exemplarische geschiedschrijving schreven, gebruikten hen om hun verhaal te structureren en hun lezers op te voeden. Het kijken naar voorbeeldige figuren nodigde lezers uit om hun deugdzame gedrag na te volgen en – minstens zo belangrijk – leerde hun een algemene ethische les, namelijk dat deugd iets was wat men in het leven moest proberen te bereiken en dat deugdzaamheid werd beloond met eeuwige roem.
De roem van deugdzame voorouders was niet alleen afhankelijk van literaire teksten. De stad Rome was een soort museum van het verleden: overal stonden beelden, heiligdommen en tempels die waren gewijd aan de herinnering aan overwinnaars in oorlogen of andere uitzonderlijke personen. Dit betekent dat niet alleen de geleerde elite die kon lezen toegang had tot dit repertoire van helden: ze waren zichtbaar voor iedereen die door de stad liep.
Daarom waren hun namen zo bruikbaar voor redenaars, die zich in hun redevoeringen zowel tot hun vooraanstaande collega’s als tot het gewone volk van Rome richtten. In de retoricascholen leerde men hoe men gebruik kon maken van voorbeeldige figuren: een handig middel om een gemeenschappelijke basis met het publiek te creëren. Wanneer een redenaar Brutus, Camillus of Scipio noemde, verwees hij naar de gedeelde herinnering aan deze personen en riep hij daarmee ook een gedeeld emotioneel gevoel bij het publiek op, bijvoorbeeld vaderlandse trots, bewondering of de bereidheid om deugdzaam te handelen. Dit kon bijvoorbeeld inhouden dat de leden van een jury werden aangespoord om in een bepaalde zaak een moedige beslissing te nemen.
Anekdotes over deze personen (de eigenlijke exempla) waren algemeen bekend. Wanneer men ze in een redevoering hoorde, riep dat bij alle lagen van de samenleving herkenning op en diende zo als een belangrijk sociaal bindmiddel. Een bijkomend voordeel was dat voorbeeldige figuren konden worden opgenomen in de actio van de redenaar (zie het essay over de taken (officia) van een redenaar). Omdat gerechtelijke redevoeringen in de open lucht, op het Forum Romanum, werden gehouden, omringden beelden van helden uit het verleden de spreker letterlijk. In zijn redevoering voor Archias kon Cicero gebaren naar de beelden van bjiv. Scipio of Cato, die waarschijnlijk op de rostra of op het Capitool stonden.
Cicero had nog een andere reden om van voorbeeldige figuren uit het verleden te houden, en die had te maken met zijn familieachtergrond. Omdat geen van zijn voorouders ooit een ambt in Rome had bekleed, kon hij niet terugvallen op dezelfde familieherinneringen waarover andere senatoren beschikten. Aristocratische families bewaarden wassen maskers van beroemde voorouders in het atrium van hun huizen, om bezoekers onder de indruk te brengen van de rijke en eervolle familietraditie. De gedachte daarachter was dat de nieuwe generatie waardig was om deze traditie voort te zetten.
Cicero beschikte niet over dergelijke vooroudermaskers. Maar door zijn eigen daden regelmatig te vergelijken met de helden uit het verleden, stelde hij dat hij tot dezelfde groep uitzonderlijke Romeinen behoorde. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij zichzelf tot een voorbeeldige figuur vormde door zo veel over zijn eigen daden te spreken en deze daarmee in het collectieve geheugen van alle Romeinen te verankeren (zie het essay over Cicero’s zelfrepresentatie).
Vooral voor een homo novus als Cicero kon de rijke traditie van voorbeeldige persoonlijkheden uit Rome dus dienen als een galerij van voorouders die niet aan één specifieke familie gebonden was en daarom aan alle Romeinen toebehoorde. Iedereen werd uitgenodigd om hen na te volgen en uiteindelijk zelf deel uit te maken van de canon van helden uit het verleden.
Christoph Pieper
Verdere literatuur
-
Blom, H. van der, Cicero’s Role Models. The Political Strategy of a Newcomer, Oxford 2010.
- Langlands, R., Exemplary Ethics in Ancient Rome, Cambridge 2018.
- Roller, M., Models from the Past in Roman Culture. A World of Exempla, Cambridge 2018.
Discussievragen
- Waar komen we in onze moderne wereld voorbeeldige mannen en vrouwen uit het verleden tegen? Kun je een lijst maken van tien namen die volgens jou deel uitmaken van zo’n canon?
- De Romeinen geloofden dat de roem van voorbeeldige personen voor altijd voortleefde. Tegenwoordig zien we echter dat helden uit het verleden ook problematisch kunnen worden. Denk aan een voorbeeld van zo’n ‘gevallen held’. Kun je argumenten voor en tegen geven voor de vraag of men zo’n persoon moet blijven herdenken, of dat men daar juist mee zou moeten ophouden?
- Denk je dat Cicero erin slaagde een voorbeeldig man te worden? Waarom?