Otium en literatuur in de Romeinse cultuur
Voor Romeinen uit de hogere klasse was vrije tijd (otium) heel belangrijk. Genoeg tijd overhouden voor niet-werkgerelateerde dingen gold als bewijs van sociale status en financiële onafhankelijkheid (niet voor niets is het Romeinse woord voor ‘werk’ of ‘taak’ de negatie van vrije tijd: negotium = nec otium). De oudhistoricus Henrik Mouritsen schrijft dat otium een toestand van een rustig en aangenaam leven beschrijft, 'which for the boni meant enjoying their … privileged social position' (Mouritsen 2023, 129).
Otium had dus niet alleen betrekking op je privéleven, maar het was ook een sociale categorie en moest daarom op een fatsoenlijke manier ingevuld worden. Tijdens langere feestdagen of religieuze festivals ging men graag naar de villa’s buiten de stad: prachtige landhuizen, rijk met kunstwerken versierd, met zorgvuldig aangelegde tuinen en vaak spectaculaire vergezichten. Dit was de ideale omgeving voor otium-gerelateerde bezigheden zoals wandelingen en goed eten, maar ook geleerde gesprekken over literatuur en filosofie. Ook in de villa was men echter zelden alleen – senatoren hadden allemaal villa’s in precies dezelfde streken en bleven ook in de ‘vakantiehuizen’ elkaars buren. Men ging geregeld bij elkaar op bezoek, bijvoorbeeld om samen te eten of om van elkaars privébibliotheken gebruik te maken (openbare bibliotheken bestonden in Cicero’s tijd in Rome nog niet).
Tot zover de praktijk. Zeker in Cicero’s werken wordt otium echter ook sterk geïdealiseerd. De term fungeert bij hem als een soort utopische tegenhanger van de politieke realiteit. Tijdens het triumviraat van Caesar, Pompeius en Crassus (60–53 v.Chr.) ontwikkelt hij het concept van otium dat gepaard is met sociaal aanzien. Hij noemt dat (bijv. in De oratore 1.1) otium cum dignitate (als in zijn tijd verkiezingscampagnes hadden bestaan, had hij deze leus op zijn posters laten afdrukken). Cicero bedoelt hiermee veel meer dan vrije tijd in een villa doorbrengen. Veeleer beschrijft hij met deze term een permanente toestand waarin een eerbare voormalige politicus verkeert die – ook zonder een politiek ambt – gezag, waardigheid en aanzien bezit.
Cicero vindt dat hij na zijn consulaat zo’n soort waardige otium-positie in Rome zou verdienen, maar dat zijn politieke tegenstanders hem hem deze niet gunnen. Meteen na zijn consulaat beginnen de tegenstanders met aanvallen op zijn ambtsvoering (zie essay Cicero’s zelfrepresentatie). In de dagelijkse politieke debatten is zijn stem niet zo invloedrijk als hij zou willen. Daarom begint hij steeds meer te schrijven. Door zijn redevoeringen te publiceren en later ook retorische en filosofische traktaten te vervaardigen, begeeft hij zich in de sfeer van otium (literatuur hoort immers typisch in deze context thuis). Tegelijkertijd zijn zijn werken echter altijd ook politieke uitingen; ze zijn bedoeld om een ideale Romeinse samenleving te schetsen waarin mensen zoals Cicero gerespecteerd zouden worden en waarin de waarden van de voorouders (mos maiorum) gerespecteerd zouden worden. Kort gezegd, is in Cicero’s visie schrijven een essentieel onderdeel van zijn publieke persoon en daarmee ook zijn zelfrepresentatie.
Het is vanuit deze gedachte dat Cicero in Pro Archia enerzijds de maatschappelijke rol van poëzie benadrukt en dat hij anderzijds zo uitvoerig over zijn eigen literaire interesses spreekt. Otium in de ideale vorm bestaat voor hem niet slechts uit sport, gokken, etentjes of andere activiteiten die alleen het lichaam ontspannen. Wanneer hij Archias verdedigt, propageert hij ook zijn eigen visie van otium cum dignitate: poëzie is deel van een otium dat de geest traint en daarbij nuttig is voor de maatschappij – en voor Cicero zelf.
Christoph Pieper
Verder lezen
Shane Butler, The Hand of Cicero, London 2002.
Dan Hanchey, ‘Otium as Civic and Personal Stability in Cicero's Dialogues’, The Classical World 106.2 (2013) 171-197.
Henrik Mouritsen, ‘Otium and tranquillitas. The Politics of the boni’, in Henrik Mouritsen, The Roman Elite and the End of the Republic. The Boni, the Nobles and Cicero, Cambridge 2023, 124-141.
Discussievragen:
1. Wat beschouw jij als het belangrijkste aspect van je eigen activiteiten in je vrije tijd?
2. Wat zou Cicero van moderne discussies over work-life-balance hebben gevonden?
3. Vrije tijd als onderdeel van politiek: kun je voorbeelden van hedendaagse politici bedenken waarbij vrije tijd en politiek vermengd lijken te worden? Waarom zouden zij dat doen?