Namen in de Pro Archia
|
Naam |
Functies en vita |
Genoemd in paragraaf |
|
Lucius Accius |
170-86 v.Chr.; beroemde dichter van tragedies; cliens van Decimus Brutus; Cicero citeert vaak uit Accius’ werken; de beroemde versregel oderint dum metuant (‘laat ze me haten, als ze me maar vrezen’) is uit zijn werk Atreus afkomstig |
27 |
|
Alexander de Grote |
356-323 v.Chr.; Macedonische koning en veldheer; beroemde veroveraar en stichter van het Hellenistische Rijk; in Rome vaak aangehaald als model voor veel politici, o.a. door Caesar en Pompeius |
24 |
|
Decimus Junius Brutus Callaicus |
180-113 v.Chr.; consul in 138 v.Chr.; patronus van de dichter Accius |
27 |
|
Lucius Julius Caesar
|
134-87 v.Chr.; consul in 90 v.Chr.; censor 89 v.Chr.; neef van de latere dictator Julius Caesar; werd door Marius in de burgeroorlog vermoord |
11 |
|
Gaius Papirius Carbo Arvina |
2de/1ste eeuw v.Chr.; volkstribuun, stelde samen met M. Plautius Silvanus de Lex Plautia Papiria over het Romeinse burgerrecht na de Bondgenotenoorlog voor |
7 |
|
Marcus Porcius Cato |
?-92 v.Chr.; overleed op jonge leeftijd voordat hij een grote politieke carrière kon maken; vader van Cato Uticensis (de beroemde tegenstander van Caesar) |
6 |
|
Marcus Porcius Cato de Oudere (Censorius) |
234-149 v.Chr.; consul 195 v.Chr.; censor 184 v.Chr.; kwam als plebejer (homo novus) de Romeinse politiek binnen; beroemd voor zijn strenge ethische opvattingen en cultureel conservatisme; uitstekende redenaar wiens redevoeringen Cicero zeer bewonderde |
16 |
|
Quintus Lutatius Catulus |
155-92 v.Chr.; consul 102 v.Chr.; veldheer samen met Marius tegen de Cimbri; later tegenstander van Marius in de burgeroorlog; zelf ook een beroemde dichter en redenaar |
5 |
|
Quintus Lutatius Catulus Capitolinus |
121-61 v.Chr.; consul 78 v.Chr. |
6 |
|
Quintus Tullius Cicero |
102-43 v.Chr.; broer van Cicero; in het jaar 62 v.Chr. praetor; in deze functie voorzitter van de rechtbank waar het proces tegen Archias gevoerd werd; deelde met Cicero de liefde voor literatuur en filosofie |
– |
|
Appius Claudius Pulcher |
129-76 v.Chr.; consul 79 v.Chr.; legde als praetor 89 v.Chr. registers voor het opschrijven van de nieuwe Romeinse burgers aan; vader van de beruchte Clodius, Cicero’s grootste tegenstander in de jaren 50 |
9 |
|
Lucius Licinius Crassus |
140-91 v.Chr.; consul 95 v.Chr.; censor 92 v.Chr.; Cicero’s door hem geliefde leermeester (en een van de twee hoofdsprekers in De oratore); overleed kort voor de uitbraak van de bondgenotenoorlog (zie de aanroerende beschrijving van zijn laatste dagen in Cicero’s De oratore 3.1-7) |
6 |
|
Publius Licinius Crassus |
?-87 v.Chr.; consul 97 v.Chr.; censor in 89 v.Chr.; vader van Crassus die met Caesar en Pompeius het eerste triumviraat vormde |
11 |
|
Marcus Livius Drusus |
122-91 v.Chr.; volkstribuun 91 v.Chr.; zeer bewonderd door Cicero wegens zijn politiek talent en houding; Cicero’s huis op de Palatijn stond op de plek waar eerder het huis van Drusus had gestaan |
6 |
|
Quintus Ennius |
239-169 v.Chr.; belangrijkste epische dichter in Rome vóór Vergilius; zijn Annales werden in Cicero’s tijd door iedereen op school gelezen; verkreeg het Romeinse burgerschap wegens zijn verdiensten als dichter; werd in de graftombe van de Scipiones aan de Via Appia begraven |
18, 22, 27 |
|
Marcus Fulvius Nobilior |
3de/2de eeuw v.Chr.; consul 189 v.Chr.; in dat jaar grote militaire overwinning in Macedonië; belangrijke patronus van Ennius (die door hem tot Romeins burger gemaakt werd); stichtte de Tempel van Hercules en de Muzen in Rome |
22 |
|
Lucius Furius Philus |
2de eeuw v.Chr.; consul 136 v.Chr.; tijdgenoot van Scipio Aemilianus en diens vriend |
16 |
|
Publius Gabinius Capito |
2de/1ste eeuw v.Chr.; praetor 89 v.Chr. |
9 |
|
Grattius |
1ste eeuw v.Chr.; aanklager van Archias, verder niet bekend |
8, 12 |
|
Homerus |
8ste eeuw v.Chr. (?); beroemdste Griekse dichter; in de tijd van Cicero al lang onderwerp van geleerde studies en commentaren |
19, 24 |
|
Hortensii |
beroemde familie, waaruit onder andere de Quintus Hortensius Hortalus (114-50 v.Chr.), Cicero grootste rivaal als topredenaar van die tijd, voortkwam |
6 |
|
Gaius Laelius |
182-129 v.Chr. ca.; consul 140 v.Chr.; vriend van Scipio Aemilianus; liefhebber van de Griekse literatuur; hoofdspreker in Cicero’s dialoog De amicitia |
16 |
|
Lucius Cornelius Lentulus |
2de/1ste eeuw v.Chr.; praetor 89 v.Chr. |
9 |
|
Luculli: a) Lucius Licinius Lucullus
b) Marcus Terentius Varro Lucullus |
118-57 v.Chr.; consul 74 v.Chr.; patronus van Archias; beroemde veldheer o.a. in de oorlog tegen Mithridates (later in deze functie door Pompeius vervangen)
116-56 v.Chr.; broer van Lucius; consul 73 v.Chr., patronus van Archias; getuige in de rechtszaak; zwager van Cicero |
5, 6, 11, 21 |
|
Marcus Claudius Marcellus |
270-208 v.Chr.; maar liefst vijf keer consul (222, 215, 214, 210, en 208 v.Chr.); veroveraar van Syracuse in 212 v.Chr.; bracht rijke oorlogsbuit (o.a. Griekse kunstschatten) van daar naar Rome |
22 |
|
Gaius Marius |
157-86 v.Chr.; beroemde veldheer, o.a. tijdens de oorlog tegen de Cimbri en Teutones; maar liefst zeven keer consul (107, 104 t/m 100 en 86 v.Chr.); aanhanger van de populares; vocht op het eind van zijn leven een bloederige burgeroorlog tegen Sulla |
5, 19, 20 |
|
Maximi |
mannen met de naam Maximus die voorkomen in de Annales van Ennius, in het bijzonder Quintus Fabius Maximus Cunctator (280-203 v.Chr., vijf keer consul in 233, 228, 215, 214, en 209 v.Chr.), die in 216 v.Chr. Hannibal weerstond door juist niet tegen hem te vechten |
22 |
|
Quintus Caecilius Metellus Numidicus |
155-91 v.Chr.; consul 109 v.Chr.; veldheer in de oorlog tegen de Numidische koning Jugurtha (later door Marius vervangen); daarom de eervolle bijnaam Numidicus |
6 |
|
Quintus Caecilius Metellus Pius |
128-63 v.Chr.; zoon van Metellus Numidicus; consul 80 v.Chr.; aanhanger van Sulla in de burgeroorlog; als praetor verantwoordelijk voor het opnemen van Archias’ naam in de burgerlijst |
6, 7, 9, 26 |
|
Octavii |
invloedrijke familie, waaronder Gnaeus Octavius (consul 87 v.Chr.) |
6 |
|
Gaius Papius |
1ste eeuw v.Chr.; volkstribuun 65 v.Chr.; wetgever van de Lex Papia de peregrinis, waarmee mensen die zich onterecht het Romeinse burgerrecht hadden toegeëigend aangeklaagd konden worden |
10 |
|
Lucius Plotius |
2de/1ste eeuw v.Chr.; dichter die o.a. de Mithridatische Oorlogen verheerlijkte; gewaardeerd door Marius; oprichter van de eerste retoricaschool in Latijnse taal in Rome |
20 |
|
Gnaeus Pompeius Magnus |
106-48 v.Chr.; beroemde veldheer, lid van het eerste driemanschap met Caesar en Crassus vanaf 60 v.Chr.; later tegenstander van Caesar in de burgeroorlog van 49/48 v.Chr.; in de speech niet genoemd, maar als tegenstander van Lucullus en vriend van Cicero een soort grijze eminentie in de achtergrond van de zaak |
– |
|
Quintus Roscius (Comoedus) |
126-62 v.Chr.; beroemde toneelspeler in met name komedies; geliefd door Cicero, die hem vaak als voorbeeld aanhaalt en (waarschijnlijk in 76 v.Chr.) in een rechtszaak verdedigde (Pro Roscio comoedo) |
17 |
|
Marcus Aemilius Scaurus |
159-89 v.Chr.; consul 115 en 107 v.Chr.; schreef als eerste Romeinse politicus een autobiografie (De vita sua) |
6, 9 |
| P. Cornelius Scipio Africanus | 236-183 v.Chr; consul 205 v.Chr.; overwinnaar van Hannibal in de Tweede Punische Oorlog; zijn daden worden door de Ennius in de Annales geprezen. | 22 |
|
P. Cornelius Scipio Africanus Aemilianus |
185-129 v.Chr.; kleinzoon van Scipio Africanus (de overwinnaar op Hannibal); consul 147 en 134 v.Chr.; beroemdste veldheer in de Derde Punische Oorlog; hij en zijn vriendenkring waren beroemd voor hun filhellenisme (zij koesterden Griekse welsprekendheid en literatuur); Cicero verheerlijkt hem o.a. als spreker van De re publica en als Laelius’ ideale vriend in De amicitia |
16 |
|
Marcus Plautius Silvanus
|
2de/1ste eeuw v.Chr.; volkstribuun; stelde samen met C. Papirius Carbo de Lex Plautia Papiria over het Romeinse burgerrecht na de Bondgenotenoorlog voor |
7 |
|
Lucius Cornelius Sulla Felix |
138-78 v.Chr.; consul 88 v.Chr.; beroemde veldheer; als optimatische politicus tegenstander van Marius, tegen wie hij een bloederige burgeroorlog voerde; dictator 82-80 v.Chr.; liet door proscriptie veel van zijn tegenstanders vermoorden |
25 |
|
Themistocles |
524-459 v.Chr.; Atheens staatsman, vocht bij Marathon (490 v.Chr.) en werd de beroemdste Atheense politicus tijdens en na de tweede Perzische invasie in Griekenland |
20 |
|
Theophanes uit Mytilene |
1ste eeuw v.Chr.; politicus en historiograaf; vriend van Pompeius; ging met hem op veldtocht tegen Mithridates en schreef hierover later een lovend geschiedwerk |
24 |
Annegien Theunissen, Christoph Pieper en Cornelis van Tilburg