Overslaan en naar de inhoud gaan
26
NL
EN (Engels)

Paragraaf 26

Onderdelen aan/uitzetten:
Reguliere tekst

Quid? a Q. Metello Pio, familiarissimo suo, qui civitate multos donavit, neque per se neque per Lucullos impetravisset? qui praesertim usque eo de suis rebus scribi cuperet ut etiam Cordubae natis poetis pingue quiddam sonantibus atque peregrinum tamen auris suas dederet. Neque enim est hoc dissimulandum quod obscurari non potest, sed prae nobis ferendum: trahimur omnes studio laudis, et optimus quisque-t maxime gloria ducitur. Ipsi illi philosophi etiam in eis libellis quos de contemnenda gloria scribunt nomen suum inscribunt; in eo ipso in quo praedicationem nobilitatemque despiciunt praedicari de se ac se nominari volunt.

Opgedeelde tekst

Quid?
a Q. Metello Pio, familiarissimo suo,

  • qui civitate multos donavit,

neque per se neque per Lucullos impetravisset?
qui praesertim usque eo de suis rebus scribi cuperet

  • ut etiam Cordubae natis poetis pingue quiddam sonantibus atque peregrinum tamen auris suas dederet.

Neque enim est hoc dissimulandum

  • quod obscurari non potest,

sed prae nobis ferendum:
trahimur omnes studio laudis,
et optimus quisque maxime gloria ducitur.
Ipsi illi philosophi etiam in eis libellis

  • quos de contemnenda gloria scribunt

nomen suum inscribunt;
in eo ipso

  • in quo praedicationem nobilitatemque despiciunt

praedicari de se ac se nominari volunt.

Vertaling

En verder, Quintus Metellus Pius, een zeer vertrouwde relatie, die aan velen het burgerrecht had geschonken, iemand die bovendien zozeer wenste dat zijn prestaties in geschriften werden vereeuwigd dat hij zelfs naar dichters uit Corduba luisterde die toch een beetje gezwollen en vreemd klonken, van hem zou Archias dit niet op eigen initiatief of via de Luculli hebben gekregen? Men moet niet ontkennen wat niet verborgen kan worden, nee, wij moeten openlijk toegeven: wij worden allemaal door verlangen naar roem meegesleept en hoe bekwamer de mens des te groter zijn eerzucht. Zelfs de filosofen die over de verachting van de roem schrijven zetten hun naam op het titelblad: juist daar waar zij lofprijzing en beroemdheid verachten, willen zij genoemd en geprezen worden.

‘Wat verder?’ (vaak als overgangswoord gebruikt).

Irrealis van het verleden.

‘Door bemiddeling van de Luculli’.

= Metellus.

Praesertim + coniunctivus geeft een causale nuance aan de betrekkelijke bijzin.

Sluit nauw aan bij usque eo  (‘tot op het punt dat’).

Locativus (‘in Corduba’).

Nadere classificatie van de dichters uit Corduba; ‘die op een enigszins bombastische en vreemde manier spreken’

pingue: letterlijk ‘dik’; hier (als beschrijving van iemands stijl) ‘gezwollen’.

aurīs (te lezen als aures) dare: het oor lenen.

dissimulare: ‘verbergen’, ‘negeren’.

obscurare: ‘verhullen’.

prae se ferre: ‘vóór zich uit dragen’, hier: ‘openlijk spreken’.

‘We worden aangespoord’ (letterlijk ‘meegesleept’).

‘Precies de besten’.

Hier gebruikt ter versterking: ‘zelfs’.

Conjectuur voor de lezing van de manuscripten ‘illis libellis’, zie het essay loci critici.

in eo ipso, in quo: 'precies in een werk waarin’.

‘Roem’, ‘faam’.

praedicatio: ‘het pochen’, ‘opscheppen’.

a Q. Metello Pio … neque … impetravisset?: nog een retorische vraag, die aansluit bij die in de vorige paragraaf.

De zware alliteratie en het plaatsen van atque peregrinum buiten de participiumconstructie (die bij Cicero normaliter altijd door het participium wordt afgesloten) lijkt de gezwollen stijl van de dichters uit Corduba te ironiseren.

Cicero gaat vloeiend over van een generaliserend ‘wij’ naar de ‘besten’, onder wie hij zichzelf uiteraard wil rekenen, zie het essay Cicero’s zelfpresentatie.

De vele i-klanken in deze frase (die als cacofonie, d.w.z. lelijk klinkend, werden beschouwd) benadrukken dat filosofen die het belang van gloria ontkennen, belachelijk worden gemaakt.

praedicationem nobilitatemque – praedicari … nominari: parallellisme met alliteratie (nominari is een vergelijkbaar begrip als nobilitas).

Zie § 6. Het argument is: Metellus zou zijn familiarissimus Archias zeker het burgerrecht hebben gegeven.

Als drager van het imperium had hij daartoe het recht, bijvoorbeeld tijdens zijn proconsulaat in Spanje en de veldtocht tegen Sertorius (79-71 v.Chr.).

De belangrijkste beschermheren en vrienden van Archias konden hem ook via hun invloed hebben geholpen. De moeder van de twee broers Lucius en Marcus, Caecilia, was een zuster van Metellus Numidicus en de tante van Metellus Pius.

Corduba was al bijna 100 jaar een Romeinse kolonie, wat betekende dat de inwoners cives Romani waren. Toch behielden de inwoners van deze regio kennelijk een sterk dialect wanneer zij spraken. Er zijn verscheidene antieke teksten die spreken over de gezwollen spreekwijze van schrijvers uit die regio.

Een sleutelwoord voor Cicero in dit deel van de toespraak, zie §23.

Een voorbeeld hiervan zou de stoïcijn Cleanthes zijn (3e eeuw v.Chr.), die een werk over roem schreef (περὶ δόξης). Cicero herhaalt een soortgelijke gedachte in Tusculanae disputationes 1.34.

Logo Pro Archia
Naar de homepage van Pro Archia Vorige paragraaf Open Paragrafen Volgende paragraaf Open Verdieping

Paragrafen

  • Paragraaf 1
  • Paragraaf 2
  • Paragraaf 3
  • Paragraaf 4
  • Paragraaf 5
  • Paragraaf 6
  • Paragraaf 7
  • Paragraaf 8
  • Paragraaf 9
  • Paragraaf 10
  • Paragraaf 11
  • Paragraaf 12
  • Paragraaf 13
  • Paragraaf 14
  • Paragraaf 15
  • Paragraaf 16
  • Paragraaf 17
  • Paragraaf 18
  • Paragraaf 19
  • Paragraaf 20
  • Paragraaf 21
  • Paragraaf 22
  • Paragraaf 23
  • Paragraaf 24
  • Paragraaf 25
  • Paragraaf 26
  • Paragraaf 27
  • Paragraaf 28
  • Paragraaf 29
  • Paragraaf 30
  • Paragraaf 31
  • Paragraaf 32

Verdieping

  • Logos-ethos-pathos