Overslaan en naar de inhoud gaan
12
NL
EN (Engels)

Paragraaf 12

Onderdelen aan/uitzetten:
Reguliere tekst

Quaeres a nobis, Gratti, cur tanto opere hoc homine delectemur. Quia suppeditat nobis ubi et animus ex hoc forensi strepitu reficiatur et aures convicio defessae conquiescant. An tu existimas aut suppetere nobis posse quod cotidie dicamus in tanta varietate rerum, nisi animos nostros doctrina excolamus, aut ferre animos tantam posse contentionem, nisi eos doctrina eadem relaxemus? Ego vero fateor me his studiis esse deditum. Ceteros pudeat, si qui ita se litteris abdiderunt ut nihil possint ex eis neque ad communem adferre fructum neque in aspectum lucemque proferre; me autem quid pudeat qui tot annos ita vivo, iudices, ut a nullius umquam me tempore aut commodo aut otium meum abstraxerit aut voluptas avocarit aut denique somnus retardarit?

Opgedeelde tekst

Quaeres a nobis, Gratti,

  • cur tanto opere-p hoc homine delectemur.

Quia suppeditat nobis

  • ubi et animus ex hoc forensi strepitu reficiatur
  • et aures convicio defessae conquiescant.

An tu existimas

  • aut suppetere nobis posse
    • quod cotidie dicamus in tanta varietate rerum,
      • nisi animos nostros doctrina excolamus,
  • aut ferre animos tantam posse contentionem,
    • nisi eos doctrina eadem relaxemus?

Ego vero fateor

  • me his studiis esse deditum.

Ceteros pudeat,

  • si qui ita se litteris abdiderunt
    • ut nihil possint {ex eis-p} neque ad communem adferre fructum neque in aspectum lucemque proferre;

me autem quid pudeat

  • qui tot annos ita vivo, iudices,
    • ut a nullius umquam me tempore aut commodo aut otium meum abstraxerit
    • aut voluptas avocarit
    • aut denique somnus retardarit?
Vertaling

U zult ons nu wel vragen, Grattius, waarom wij zozeer aan deze man gehecht zijn? Omdat hij ons de ruimte biedt waar wij geestelijk kunnen bijkomen van dit rumoer op het Forum en onze oren doodmoe van dit gekrakeel kunnen uitrusten. Of denkt u soms dat het voor ons toereikend kan zijn om dagelijks bij zovele verschillende aangelegenheden het woord te voeren als wij ons geestelijk niet door studie vormen, of zo’n grote mentale inspanning kunnen verdragen als wij ons niet door diezelfde studie ontspannen? Ik geef toe dat ik aan deze studies verknocht ben. Anderen moeten zich schamen als zij zich zozeer in de boeken hebben begraven dat zij daaruit niets kunnen bijdragen tot nut van het algemeen of ervan zichtbaar kunnen maken; waarom zou ik mij moeten schamen, heren juryleden, ik die zovele jaren mijn leven zo inricht dat op geen enkel belangrijk moment ik van mijn medemensen ben weggehouden door mijn studie, weggeroepen door mijn belangstellingen of door mijn slaap te laat ben gekomen.

Vocativus.

= tantopere (bijwoord).

Hoc verwijst naar de context van het proces zelf.

Het antecedent van quod is niet uitgedrukt (id quod).

Dit partikel voegt een gevoel van twijfel toe aan de vraag.

suppetere posse, ferre posse: de infinitivi van de a.c.i. moeten vertaald worden als potentialis, aangezien ze samenhangen met de hypothetische bijzinnen nisi excolamus en nisi relaxemus.

'Laat het anderen beschamen' (adhortatieve coniunctivus).

= si aliqui.

De algemene ontkenning wordt in elke bijzin herhaald, zonder elkaar op te heffen (d.w.z. hier is geen sprake van litotes).

‘In het helle daglicht treden’ (zichtbaar worden)’.

Coniunctivus deliberativus in een retorische vraag.

Betekent hier specifiek 'gevaarlijke situaties'. In §13 drukt Cicero hetzelfde idee uit met het zelfstandig naamwoord pericula.

'Belang’ (in rechtszaken).

Verbindt hier tempore en commodo (a nullius... tempore aut commodo) en moet onderscheiden worden van de reeks aut-en die daarna volgt.

Hier begint de buitenwettelijke argumentatie die §12-30 beslaat, waarvan het eerste deel zich richt op het nut van lezen, poëzie en literatuur. Cicero gebruikt een vraag die de aanklager niet gebruikt heeft, een theatraal aspect dat gepaard zal zijn gegaan met een veranderde actio.

De futurum indicativus stelt Cicero in staat om een fictieve situatie te schetsen.

Hoc homine is sterker dan het gewone aanwijzende hic alleen; het moet vergezeld zijn gegaan van een theatraal gebaar van Cicero's arm naar Archias. Het benadrukt dat Cicero nu spreekt over Archias als persoon en zijn rol in de samenleving. In het vervolg wordt zijn persona in drie opeenvolgende fasen gepresenteerd: getalenteerd dichter, nationaal dichter en dichter van Griekse expressie.

et animus et aures: het polysyndeton et... et... en de syntactische parallellie leiden Cicero's tweeledige argument in over het belang van literatuur voor de vorming van redenaars (a) en burgers (b).

Hypothetische (retorische) vraag.

Parallellisme dat aangeeft dat poëzie om twee redenen cruciaal is voor redenaars (en dus voor de staat): zij biedt (a) thema's voor speeches en (b) met haar geleerde vermaak rust na de inspanning (contentio).

Twee keer herhaald. Cicero benadrukt hiermee dat poëzie geen tijdverdrijf is dat je alleen in je vrije tijd leest (zoals veel van zijn tijdgenoten waarschijnlijk zouden hebben gedacht), maar dat het een drager van wijsheid is die afhankelijk is van de uitmuntende opleiding en kennis van de dichter.

Cicero gebruikt hier het middel van autoriteit (ethos en stelt dit scherp tegenover de ceteri in de volgende zin.

Dit is een onverwacht beeldend woord, alsof je helemaal in de literatuur gezogen wordt en daardoor de rest van het leven vergeet.

aut otium abstraxerit -- ut voluptas avocarit -- aut somnus retardarit : het tricolon benadrukt dat Cicero's liefde voor literatuur geen belemmering vormt voor een actief leven in dienst van de staat en zijn medeburgers.

Cicero rechtvaardigt hier zijn inzet als patronus naast zijn cliens Archias (zie essay over de patronus-cliens-relatie): het is de band van dankbaarheid (gratia) die hem met Archias verbindt, die zijn verdediging vandaag rechtvaardigt.

Rumoer (strepitus) verwijst naar het onduidelijke geroezemoes van de menigte, in tegenstelling tot het geschreeuw (clamor), dat verwijst naar kreten waarvan de betekenis wél te onderscheiden is.

Het forum was de openbare ruimte waar sociale relaties werden onderhouden en waar rechtspraak plaatsvond (zie essay strafrechtspraak). Het was tevens het centrum van het politieke leven. Het idee dat oratorische vaardigheden via literatuur konden worden opgebouwd, wordt later ook door Quintilianus uitgewerkt in zijn leerboek over de retorica.

Het is voor Cicero's toehoorders zeker verrassend dat hij aan de poëzie zo'n hoge maatschappelijke waarde toeschrijft.

Cicero reflecteert hier op hoe veeleisend en vermoeiend het leven als advocaat en politicus in Rome moet zijn geweest.

Cicero herhaalt hier zijn verklaring uit §1, waarin hij zijn culturele meesterschap bevestigt.

De kunsten worden hier studia genoemd, wat de gedachte toevoegt dat het niet louter vrijetijdsbesteding is, maar iets waaraan je energie en tijd moet wijden.

Cicero presenteert hier een tegenstelling tussen hemzelf en de meerderheid van de literati die tijd aan literatuur wijden en daardoor geen tijd vinden om zich met politiek bezig te houden.

De uitdrukking vat Cicero's standpunt samen: de studie van poëzie, en literatuur in het algemeen, moet het algemeen belang dienen. Het is geen louter privégenoegen. Dit is waarschijnlijk een steek onder water naar Epicureeërs zoals Lucretius of dichters zoals Catullus, die slechts enkele jaren na deze redevoering in hun poëzie juist een leven bezongen dat zich verre hield van publieke plichten.

Zie essay over otium en de waarde daarvan voor Cicero.

 Cicero verwijst naar auteurs wier werk beperkt blijft tot besloten kring en daarom van geen belang is voor de gemeenschap.

Sterke uitdrukking: een leven dat alleen aan literatuur gewijd is, wordt hier met de metafoor slaap aangeduid. Voor Cicero stond inzet voor de staat altijd op de hoogste plaats van alle burgerlijke deugden.

Logo Pro Archia
Naar de homepage van Pro Archia Vorige paragraaf Open Paragrafen Volgende paragraaf Open Verdieping

Paragrafen

  • Paragraaf 1
  • Paragraaf 2
  • Paragraaf 3
  • Paragraaf 4
  • Paragraaf 5
  • Paragraaf 6
  • Paragraaf 7
  • Paragraaf 8
  • Paragraaf 9
  • Paragraaf 10
  • Paragraaf 11
  • Paragraaf 12
  • Paragraaf 13
  • Paragraaf 14
  • Paragraaf 15
  • Paragraaf 16
  • Paragraaf 17
  • Paragraaf 18
  • Paragraaf 19
  • Paragraaf 20
  • Paragraaf 21
  • Paragraaf 22
  • Paragraaf 23
  • Paragraaf 24
  • Paragraaf 25
  • Paragraaf 26
  • Paragraaf 27
  • Paragraaf 28
  • Paragraaf 29
  • Paragraaf 30
  • Paragraaf 31
  • Paragraaf 32

Verdieping

  • Logos-ethos-pathos