Paragraaf 16
Ex hoc esse hunc numero quem patres nostri viderunt, divinum hominem, Africanum, ex hoc C. Laelium, L. Furium, moderatissimos homines et continentissimos, ex hoc fortissimum virum et illis temporibus doctissimum, M. Catonem illum senem; qui profecto si nihil ad percipiendam colendamque virtutem litteris adiuvarentur, numquam se ad earum studium contulissent. Quod si non hic tantus fructus ostenderetur, et si ex his studiis delectatio sola peteretur, tamen, ut opinor, hanc animi remissionem humanissimam ac liberalissimam iudicaretis. Nam ceterae neque temporum sunt neque aetatum omnium neque locorum; at haec studia adulescentiam acuunt, senectutem oblectant, secundas res ornant, adversis perfugium ac solacium praebent, delectant domi, non impediunt foris, pernoctant nobiscum, peregrinantur, rusticantur.
Ex hoc esse hunc numero
- quem patres nostri viderunt,
divinum hominem, Africanum, ex hoc C. Laelium, L. Furium, moderatissimos homines et continentissimos, ex hoc fortissimum virum et illis temporibus doctissimum, M. Catonem illum senem;
qui profecto
- si nihil ad percipiendam colendamque virtutem litteris adiuvarentur,
numquam se ad earum studium contulissent.
- Quod si non hic tantus fructus ostenderetur-p,
- et si ex his studiis delectatio sola peteretur,
tamen,
- ut opinor,
hanc animi remissionem humanissimam ac liberalissimam iudicaretis.
Nam ceterae neque temporum sunt neque aetatum omnium neque locorum;
at haec studia adulescentiam acuunt,
senectutem oblectant,
secundas res ornant,
adversis perfugium ac solacium praebent,
delectant domi,
non impediunt foris,
pernoctant nobiscum,
peregrinantur,
rusticantur.
Tot die laatste categorie behoorde degene die onze vaders nog hebben gekend, een goddelijk man, Africanus, tot die categorie behoorden Gaius Laelius, Lucius Furius, moreel hoogstaande en karaktervolle mensen, tot die categorie behoorde een zeer daadkrachtig man, de geleerdste van zijn tijd: Marcus Porcius Cato de Oude. Als zij zich niet door hun studies gesteund voelden om dit hoogste niveau te bereiken en te behouden, zouden zij zich nooit en te nimmer eraan hebben gewijd. Ook als dit grote voordeel zich niet zou voordoen en er alleen maar genoegen in deze intellectuele studies werd gezocht, zou u – denk ik – deze geestelijke bezigheid toch zeer menswaardig en beschavend achten. Alle andere bezigheden passen niet bij alle tijden, bij alle leeftijden of gelegenheden, maar deze intellectuele vorming spoort de jongeren aan, verblijdt de ouderen, verfraait de voorspoed, biedt toevlucht en steun in tegenspoed, zij is een bron van vreugde in huis, geen hindernis buitenshuis, zij vergezelt ons, ’s nachts, in den vreemde, op het land.
De a.c.i. is nog steeds afhankelijk van contendo (§ 15).
Ablativus van tijd.
Relatieve aansluiting (et ii).
Gerundivumconstructie van doel.
si nihil … litteris adiuvarentur, numquam se … contulissent: irrealis conditie die verwijst naar het verleden; de voorwaardelijke bijzin (protasis) heeft het werkwoord in de imperfectum coniunctivus, wat een voortdurende handeling benadrukt (namelijk het proces van het ontwikkelen van deugd door literaire cultuur); de hoofdzin die volgt op de voorwaardelijke bijzin (apodosis) heeft het werkwoord in de plusquamperfectum coniunctivus, wat een voltooide handeling benadrukt.
nihil: hier adverbiaal (‘helemaal niet’).
Sc. litterarum.
'Maar als'.
'Winst'.
… si non … ostenderetur, et si … peteretur, … iudicaretis: irrealis van het heden.
… si non … ostenderetur, et si … peteretur, … iudicaretis: irrealis van het heden.
… si non … ostenderetur, et si … peteretur, … iudicaretis: irrealis van het heden.
Verwijst terug naar ofwel remissio of delectatio.
Temporum, aetatum, locorum: sc. omnium; genitivi qualitatis bij esse.
D.w.z. bezig zijn met literatuur en poëzie.
Sc. rebus, ablativus om de omstandigheden uit te drukken bij praebent.
Locativus (‘thuis’).
ex hoc … numero: de frase impliceert dat het aantal historische voorbeelden dat Cicero zou kunnen aanhalen veel groter is.
ex hoc … Africanum, ex hoc C. Laelium, L. Furium, … ex hoc M. Catonem: De anafoor, die de historische exempla verbindt in een tricolon, wordt door Cicero effectief gebruikt om zowel informativiteit (een voldoende aantal voorbeelden) als bewondering (een selectie van de meest prominente figuren uit de Romeinse geschiedenis) te bewerkstelligen.
divinum … moderatissimos et continentissimos … fortissimum … et … doctissimum: hoewel Cicero eigenschappen als goddelijkheid (d.w.z. dierbaar aan de goden), gematigdheid, evenwichtigheid, moed en geleerdheid verdeelt over vier verschillende historische figuren, schetst de beschrijving een typisch beeld (ethos) van de ideale Romein, gedefinieerd door onder andere roemruchte daden en maatschappelijk erkende persoonlijkheidskenmerken.
De parenthese dient om het tweede deel van de zin te versterken, waarin Cicero pleit voor de esthetische en morele waarde van literatuur (humanissimam ac liberalissimam).
Met hanc remissionem en later haec studia introduceert Cicero een contrast met ceterae (remissiones) die de mens niet kunnen brengen wat literatuur wel kan; hier heeft hic een positieve en ceteri een negatieve connotatie.
Dit polysyndeton met drie delen (temporum – aetatum – locorum) heeft het effect van een climax heeft – in de zin dat het bezig zijn met literatuur iemands leven meer betekenis geeft.
Antithetisch geplaatst tegenover het eerste deel van nam ceterae; het bestaat uit een asyndeton van negen korte hoofdzinnen, die allemaal hetzelfde onderwerp hebben (studia) en gepresenteerd worden in twee tricola.
Het eerste tricolon bevat zes zinnen, opgebouwd rond drie tegengestelde paren (adulescentiam : senectutem; secundas : adversis; domi : foris).
De zin eindigt met een treffend klankeffect: de alliteratie pernoctant peregrinantur en pernoctant nobiscum, gevolgd door een homoioteleuton (rijmeffect) van de laatste twee werkwoorden peregrinantur – rusticantur. Dit effect bekrachtigt de bijna hymnische manier waarop de waarden van poëzie hier geprezen worden.
Voordat hij de namen noemt, maakt Cicero al duidelijk dat hij voorbeeldfiguren uit het verleden zal aanhalen die de vereerde mos maiorum vertegenwoordigen.
Het bijvoeglijk naamwoord ‘goddelijk’ duidt op Scipio’s buitengewone karakter.
Publius Cornelius Scipio Aemilianus Africanus (ca. 185–129 v.Chr.) was een vooraanstaand politicus en legeraanvoerder, overwinnaar op Carthago, en beschermheer van Griekse en Latijnse literatuur. Cicero zag hem als de ideale staatsman. Hij is de belangrijkste gesprekspartner in Cicero’s verhandeling over de ideale staat (De re publica).
Gaius Laelius (consul in 140 v.Chr.) en Lucius Furius Philus (consul in 136 v.Chr.) waren vrienden van Scipio, hoogopgeleide en kundige leden van zijn hellenofiele kring, en tevens bekwame redenaars en gerespecteerde staatslieden.
Marcus Porcius Cato Censor de Oudere (234–149 v.Chr.) was een Romeins politicus die pleitte voor een terugkeer naar de eenvoud van de traditionele staat (mos maiorum) en zich daarom verzette tegen het filhellenisme van de kring van Scipio; aan hem was Cicero’s verhandeling over wijs en gelukkig ouder worden opgedragen: Cato Maior de senectute.
Dit is een belangrijk argument: Cicero beweert dat poëzie en literatuur in het algemeen onmisbaar zijn voor de morele opvoeding (virtus).
Zelfs als Cicero’s argument dat poëzie nuttig is voor de staat ongeldig zou zijn, zou het nog steeds een cruciale discipline zijn, waardig aan een vrij mens; de term humanissimus draagt hier een zware betekenis: het verwijst naar alles wat constitutief is voor de mensheid en menselijke cultuur. De Italiaanse humanisten van de 14e en 15e eeuw waren vooral gecharmeerd van zulke algemene uitspraken van Cicero toen zij de redevoering herontdekten (zie essay over de herontdekking en receptie van de redevoering).
Zie §13 voor een overzicht van andere genoegens die niet geschikt zijn voor alle momenten van iemands leven.
Cicero’s eigen leven bewijst dit: hij begon poëzie te schrijven (vertalingen uit het Grieks) toen hij jong was, en hij bleef dit doen tot ten minste het einde van de jaren 50 v.Chr. Zijn poëzie is voor ons grotendeels verloren gegaan.