Paragraaf 23
Nam si quis minorem gloriae fructum putat ex Graecis versibus percipi quam ex Latinis, vehementer errat, propterea quod Graeca leguntur in omnibus fere gentibus, Latina suis finibus exiguis sane continentur. Qua re, si res eae quas gessimus orbis terrae regionibus definiuntur, cupere debemus, quo hominum nostrorum tela pervenerint, eodem gloriam famamque penetrare, quod cum ipsis populis de quorum rebus scribitur haec ampla sunt, tum eis certe qui de vita gloriae causa dimicant hoc maximum et periculorum incitamentum est et laborum.
- Nam si quis minorem gloriae fructum putat ex Graecis versibus percipi quam ex Latinis,
vehementer errat,
- propterea quod Graeca leguntur in omnibus fere gentibus,
- Latina suis finibus exiguis sane continentur.
- Qua re, si res eae
- quas gessimus
- orbis terrae regionibus definiuntur,
- quo hominum nostrorum tela pervenerint,
eodem gloriam famamque penetrare,
- quod cum ipsis populis
- de quorum rebus scribitur
- haec ampla sunt,
- tum eis certe
- qui de vita gloriae causa dimicant
- hoc maximum et periculorum incitamentum est et laborum.
Als iemand denkt dat Griekse verzen een geringer voordeel van naambekendheid verschaffen dan Latijnse, dan vergist hij zich deerlijk, want Grieks wordt bijna overal gelezen terwijl Latijn beperkt blijft tot zijn eigen, betrekkelijk smalle grondgebied. Daarom moeten wij, zo waar de successen die wij hebben behaald hun effecten over de hele aarde bezitten, verlangen dat onze naam en faam even ver doordringen als de lansen uit onze handen gevlogen zijn, omdat dit belangrijk is niet alleen voor de volkeren zelf wier prestaties worden beschreven, maar vooral omdat dit voor diegenen die omwille van de roem op leven en dood strijden de grootste aansporing is om gevaren en ontberingen te doorstaan.
= aliquis (na si, nisi, num en ne gaat ali niet et quisje mee…).
‘Omdat’ (propterea geeft aan dat quod hier causaal gebruikt is).
‘Griekse literatuur’ (gesubstantiveerd bijvoeglijk naamwoord onzijdig pluralis). Hetzelfde geldt voor Latina verderop.
‘Taalbarrières’.
‘Begrensd worden’.
De infinitivus cupere heeft als complement gloriam … penetrare.
Het genitivus-attribuut hoort zowel bij tela als ook bij gloriam famamque.
Leidt een causale bijzin in. De bijzin is opgebouwd uit twee parallelle delen: cum … ampla sunt en tum … incitamentum est. cum … tum: ‘zowel … als ook’.
'Vechten'.
Causa is hier een postpositie (‘wegens’) met de genitivus.
Cicero gebruikt dit voegwoord doorgaans om een overgang (transitio) naar een nieuw onderwerp aan te kondigen. Hier introduceert het een occupatio, een retorische strategie waarbij de spreker op een mogelijk bezwaar vooruitloopt en het alvast weerlegt voordat het wordt geopperd.
De Griekse literatuur wordt door middel van asyndeton tegenover Latina geplaatst.
De woordvolgorde vormt hier een chiasme met de volgende zinsnede finibus … continentur.
Het Latijnse werkwoord gerere verwijst naar daden die een publieke herdenking waard zijn (fama/gloria). De eerste persoon meervoud impliceert dat ook Cicero’s eigen daden (die hij tijdens zijn consulaat verrichtte) tot deze categorie behoren; zie het essay over zijn zelfrepresentatie.
De betrekkelijke bijzin loopt vooruit op eodem…penetrare. Cicero benadrukt hiermee dat de verspreiding van roem belangrijker is dan militaire overwinningen.
Hendiadys.
cum … tum: syntactische parallellie: cum gevolgd door een dativus met een betrekkelijke bijzin die met quorum de begint // tum gevolgd door een dativus met een betrekkelijke bijzin die met qui de begint.
Cicero betoogt dat het culturele prestige en de wijde geografische verspreiding van het Grieks – de taal van Archias – ervoor zorgen dat Romeinse prestaties bekend worden, zelfs in streken waar het Latijn nog niet is doorgedrongen. Hier gebruikt Cicero een amplificatio door de beperkte verspreiding van het Latijn te overdrijven: in werkelijkheid had het Latijn in deze periode het Etruskisch, Oskisch en Umbrisch al verdrongen en werd het op grote schaal gebruikt in Spanje, Gallië en Illyrië.
Deze passage vertelt ons over het Romeinse imperialisme, waarbij het veroveren van nieuwe delen van de wereld door de elite werd gezien als een legitiem middel om roem voor zichzelf te vergaren.
Cicero schreef op latere leeftijd een werk De gloria (dat helaas verloren is gegaan); aanzien was voor hem een zeer belangrijke drijfveer voor zijn handelen.
Hyperbaton met periculorum; Cicero benadrukt hiermee dat inzet voor de staat zwaar werk is.