Overslaan en naar de inhoud gaan
20
NL
EN (Engels)

Paragraaf 20

Onderdelen aan/uitzetten:
Reguliere tekst

Neque enim quisquam est tam aversus a Musis qui non mandari versibus aeternum suorum laborum praeconium facile patiatur. Themistoclem illum, summum Athenis virum, dixisse aiunt, cum ex eo quaereretur quod acroama aut cuius vocem libentissime audiret: ‘eius a quo sua virtus optime praedicaretur.’ Itaque ille Marius item eximie L. Plotium dilexit, cuius ingenio putabat ea quae gesserat posse celebrari.

Opgedeelde tekst

Neque enim quisquam est tam aversus a Musis

  • qui non mandari versibus aeternum suorum laborum praeconium facile patiatur.

Themistoclem illum, summum Athenis virum, dixisse aiunt,

  • cum ex eo quaereretur
    • quod acroama aut cuius vocem libentissime audiret:

‘eius

  • a quo sua virtus optime praedicaretur.’

Itaque ille Marius item eximie L. Plotium dilexit,

  • cuius ingenio putabat
    • ea
      • quae gesserat
    • posse celebrari.
Vertaling

Maar niemand is zo afkerig van de Muzen dat hij de onvergankelijke lofzang op zijn daden niet aan de dichtkunst wil toevertrouwen. Men vertelt dat toen Themistocles, de belangrijkste man in Athene, werd gevraagd welke voordracht en welke stem hij het liefste hoorde, hij als antwoord gaf: ‘de stem van diegene door wie mijn prestaties het beste worden geprezen.’ Daarom was ook die beroemde Marius een groot liefhebber van Lucius Plotius door wiens talent zijn verrichtingen volgens hem konden worden verheerlijkt.

qui ... patiatur: de relatieve bijzin heeft een definiërende coniunctivus (of consecutief na tam).

 

‘Aan verzen toevertrouwen/in poëzie uitdrukken’.

Bijwoord bij patiatur (‘met gemak’).

‘Beroemd, bekend’, in de nadrukkelijke, ‘eretitel-achtige’ betekenis van het aanwijzend voornaamwoord.

summum ... virum: bijstelling bij Themistoclem.

Athenis: locativus van Athenae, -arum.

Hij verwijst naar iets wat algemeen bekend is, een bijna spreekwoordelijke uitspraak.

cum ... quaereretur: dit is een onpersoonlijk passivum; het werkwoord quaero gaat samen met ex + abl.

quod ... aut cuius ... audiret: twee indirecte vragen afhankelijk van quaereretur.

acroama, -atis, n.: ‘vermaak met muziek of voordracht’ (Grieks leenwoord: ἀκρόαμα).

eius a quo: aan te vullen met vocem; ‘de stem van diegene door wie’.

Een coniunctivus in een definiërende betrekkelijke bijzin.

ea quae gesserat: de indicativus gesserat haalt de mededeling buiten de indirecte rede, omdat Marius' militaire prestaties objectieve feiten zijn; een coniunctivus zou ze als Marius' subjectieve beweringen presenteren.

Themistoclem illum ... ille Marius: twee exempla van beroemde (ille) ontvangers van lofdichten: één Griekse en één Romeinse veldheer. Cicero herhaalt dezelfde strategie in §24, opnieuw met een Griekse en een Romeinse veldheer, Alexander de Grote en Pompeius de Grote.

Themistoclem illum ... praedicaretur: deze anekdote laat zien hoe compact een Ciceroniaanse periode kan zijn: de hele anekdote wordt in één enkele syntactische eenheid verteld.

Hoewel Cicero in zijn redevoeringen doorgaans Grieks vermijdt, gebruikt hij hier het Griekse woord terwijl hij over een Griekse veldheer spreekt (en verduidelijkt hij het meteen met het Latijnse cuius vocem).

praeconiūm pătĭātur: clausula heroica (= einde van een dactylische hexameter), die Cicero doorgaans vermeed en in minder dan 1% van de gevallen gebruikte. Hier toegepast vanwege de lovende en heroïsche inhoud die beschreven wordt (zie essay clausulae).

De uitdrukking lijkt op het Griekse ἄμουσος; de Muzen zijn godinnen die over de kunsten waken, dus de uitdrukking betekent ‘ver van cultuur verwijderd’, ‘ongecultiveerd’; zie §19 voor de nauwe band tussen poëzie en humanitas.

Het woord komt van praeco, ‘heraut’. Eén van diens taken was het omroepen van de winnaars bij de spelen; een andere het aankondigen van te veilen goederen. Hier in figuurlijke betekenis gebruikt (‘lofprijzing’ of ‘verheerlijking’).

Themistocles was de Atheense veldheer die de Atheners overhaalde een vloot te bouwen en vervolgens hun marine succesvol aanvoerde tegen de Perzen bij Salamis in 480 v.Chr.

Ondanks het grote aanzien dat hem dit opleverde, werd hij als arrogant beschouwd en later verbannen; hij vluchtte uit Griekenland en trad uiteindelijk in dienst van de Perzische koning. Plutarchus beschrijft de veldheer in zijn Themistocles 18.1 als τῇ φύσει φιλοτιμότατος, ‘van nature zeer op eer gesteld’.

Zie hierboven, §19.

Lucius Plotius Gallus (actief rond 90 v.Chr.) was een vriend van Marius. Hij schreef blijkbaar lofdichten, in poëzie of in proza. Hij is vooral bekend als oprichter van de eerste school in Rome waar retorica in het Latijn werd onderwezen. Dit besluit werd door enkele vooraanstaande Romeinse politici bekritiseerd (Suetonius vermeldt dat de jonge Cicero door zijn mentor Crassus werd afgeraden daar naartoe te gaan) — wellicht omdat men het te veel in het voordeel van het gewone volk vond (popularis — Plotius' beschermheer Marius behoorde ook tot de populares): het onderwijzen van retorica aan een breder publiek kon volgens de oude aristocratie ertoe leiden dat zij hun privileges zouden verliezen. Plotius leefde nog op het moment dat Cicero in 62 v.Chr. zijn redevoering ter verdediging van Archias hield.

Logo Pro Archia
Naar de homepage van Pro Archia Vorige paragraaf Open Paragrafen Volgende paragraaf Open Verdieping

Paragrafen

  • Paragraaf 1
  • Paragraaf 2
  • Paragraaf 3
  • Paragraaf 4
  • Paragraaf 5
  • Paragraaf 6
  • Paragraaf 7
  • Paragraaf 8
  • Paragraaf 9
  • Paragraaf 10
  • Paragraaf 11
  • Paragraaf 12
  • Paragraaf 13
  • Paragraaf 14
  • Paragraaf 15
  • Paragraaf 16
  • Paragraaf 17
  • Paragraaf 18
  • Paragraaf 19
  • Paragraaf 20
  • Paragraaf 21
  • Paragraaf 22
  • Paragraaf 23
  • Paragraaf 24
  • Paragraaf 25
  • Paragraaf 26
  • Paragraaf 27
  • Paragraaf 28
  • Paragraaf 29
  • Paragraaf 30
  • Paragraaf 31
  • Paragraaf 32

Verdieping

  • Logos-ethos-pathos