Paragraaf 5
Erat Italia tum plena Graecarum artium ac disciplinarum, studiaque haec et in Latio vehementius tum colebantur quam nunc isdem in oppidis, et hic Romae propter tranquillitatem rei publicae non neglegebantur. Itaque hunc et Tarentini et Locrenses et Regini et Neapolitani civitate ceterisque praemiis donarunt, et omnes qui aliquid de ingeniis poterant iudicare cognitione atque hospitio dignum existimarunt. Hac tanta celebritate famae cum esset iam absentibus notus, Romam venit Mario consule et Catulo. Nactus est primum consules eos quorum alter res ad scribendum maximas, alter cum res gestas tum etiam studium atque auris adhibere posset. Statim Luculli, cum praetextatus etiam tum Archias esset, eum domum suam receperunt. Dedit etiam hoc non solum lumen ingeni ac litterarum verum etiam naturae atque virtutis ut domus, quae huius adulescentiae prima favit, eadem esset familiarissima senectuti.
Erat Italia tum plena Graecarum artium ac disciplinarum,
studiaque haec et in Latio vehementius tum colebantur
- quam nunc isdem in oppidis,
et hic Romae propter tranquillitatem rei publicae non neglegebantur.
Itaque hunc et Tarentini et Locrenses et Regini et Neapolitani civitate ceterisque praemiis donarunt,
et omnes
- qui aliquid de ingeniis poterant iudicare
cognitione atque hospitio dignum existimarunt.
- Hac tanta celebritate famae
- cum esset iam absentibus notus,
Romam venit
- Mario consule et Catulo.
Nactus est primum consules eos
- quorum alter res ad scribendum maximas, alter cum res gestas tum etiam studium atque auris adhibere posset.
Statim Luculli,
- cum praetextatus etiam tum Archias esset,
eum domum suam receperunt.
Dedit etiam hoc non solum lumen ingeni ac litterarum verum etiam naturae atque virtutis
Heel ItaliĆ« was toen vervuld van Griekse kunsten en wetenschappen en deze geestelijke bezigheden werden toen ook in Latium met grotere ijver beoefend dan nu in dezelfde steden het geval is, en hier in Rome werden zij dankzij de rustige politieke toestand niet verwaarloosd. De inwoners van Tarentum, Locri, Regium en Napels hebben hem het burgerschap en andere onderscheidingen verleend en allen die tot enig oordeel over getalenteerdheid in staat waren, achtten hem hun kennismaking en gastvrijheid waardig. Door zo’n roemvolle reputatie ook al bekend bij wie hem niet hadden gezien, arriveerde hij in Rome tijdens het consulaat van Marius en Catulus. Hij trof er allereerst consuls aan van wie de een zeer grote daden als stof tot schrijven kon bieden, de ander daden alsmede een belangstellend oor. De Luculli hebben Archias terstond in hun huis opgenomen, ook al droeg hij toen nog de kindertoga, maar het is een teken niet alleen van zijn literair talent maar ook van zijn moreel hoogstaand karakter dat dit eerste huis van zijn jeugd hem ook aan het eind van zijn leven zeer toegenegen is geweest.
-que verbindt altijd twee gelijkwaardige tekstuele elementen. Welk element wordt hier verbonden met studia?
Bijwoord in de vergrotende trap.
= eisdem.
Lijdend voorwerp van zowel donarunt als existimarunt.
Lees als donaverunt. Dono + acc. en abl., letterlijk 'iemand met iets begiftigen,' of ´iemand iets geven.'
Aanvulling bij dignum ('iets waardig').
Lees als existimaverunt.
Vertaal als: cum esset iam absentibus notus hac tanta celebritate famae, ... Vertaal als een cum historicum.
Gesubstantiveerd participium.
Nactus est primum consules eos, quorum alter: een gelaagde zin. In het eerste alter-deel van de bijzin beginnend met quorum moet adhibere posset worden aangevuld. Het tweede alter-deel bevat een verdere opsomming met cum...tum, waarbij tum de sterker benadrukte zaak inleidt ('zowel ... als vooral').
Primum: vertaal als 'onmiddellijk', 'direct'.
Finaal gerundium.
Lees als aures (acc. mv.)
Vertaal als 'hoewel', 'ofschoon'. Hier is het meer concessief dan historisch.
'In hun eigen huis ontvangen'.
Dit is een toevoeging van de Deense filoloog Madvig; de handschriften hebben fuerit of fuit. De tekstoverlevering is hier waarschijnlijk corrupt, zodat uitgevers de tekst met eigen suggesties (conjecturen) moeten 'genezen'.
(= ingenii) ac litterarum ... naturae atque virtutis <est>: 'het is een teken/bewijs van...' (genitivus qualitatis).
'Op zijn oude dag.'
Cicero zoomt geleidelijk in. Wat is het retorische effect hiervan?
Dit is een litotes. Wat is het effect ervan?
Alliteratie om de grote beloningen die Archias ontving te benadrukken.
Cicero zou letterlijk naar Archias gewezen kunnen hebben, die direct naast hem stond. Aanwijzende voornaamwoorden in redevoeringen wijzen vaak naar iemand die aanwezig is.
Cicero gebruikt een oxymoron om te benadrukken hoe Archias' roem hem vooruitsnelde.
Aan het einde van de zin geplaatst om te benadrukken hoe lang geleden Archias voor het eerst in Rome kwam (40 jaar vóór het proces plaatsvond!).
De herhaling van het woord consul benadrukt dat Archias onmiddellijk steun kreeg in de hoogste Romeinse kringen.
Het is mogelijk dat Archias werd aangeklaagd om daarmee zijn beschermheren te treffen. De Luculli waren waarschijnlijk aanwezig in het forumpubliek en Cicero zou rechtstreeks naar hen gewezen kunnen hebben.
'Een jongenstoga dragend' (zie uitleg onder inhoud). Hier duidelijk een hyperbool -- Archias was destijds ongeveer 20 jaar oud (en had als buitenlander sowieso geen recht om een toga te dragen). Waarom zou Cicero op deze manier overdrijven?
Deze termen zijn door Cicero uiteraard bewust ver uit elkaar geplaatst. Welk effect probeert hij hiermee te bereiken?
Zoals de volgende plaatsnamen aangeven, verwijst Cicero vooral naar het zuiden van het schiereiland (Magna Graecia) (zie kaart). In dit gebied was in de tijd van Archias' komst Grieks de moedertaal van de meerderheid. Pas na de Bondgenotenoorlog veranderde dit geleidelijk naar Latijn.
Deze drieslag van woorden is al eerder voorgekomen. Voor Cicero zijn dit kernbegrippen, bijna een 'drie-eenheid' van de humaniora.
Cicero verwijst terug naar de tijd vóór de Bellum sociale, toen de inwoners van dit deel van Italië nog geen Romeinse burgers waren; nu is uiteraard Cicero's eigen tijd. Bovendien veroorzaakte de burgeroorlog tussen Sulla en Marius een breuk tussen Rome en Italië, waardoor de rustige politieke toestand (tranquillitas) werd aangetast.
Elk van deze vier steden lag in Zuid-Italië en had Griekse oorsprong (zie kaart).
We kunnen denken aan typische beloningen voor dichters: eiken-, laurier- en rozenkransen, en natuurlijk geld als betaling voor zijn poëzie.
Als migrerend en reizend dichter was het opbouwen van een netwerk cruciaal voor Archias. Wegen waren destijds niet altijd veilig, dus een goed netwerk van gastvriendschap was onmisbaar.
Video van Prof. De Jonge of Dr. Tacoma.
Jaren werden geteld aan de hand van de zittende consuls (hier verwijst het naar het jaar 102 v.Chr.). In het Nederlands verwijzen we soms op vergelijkbare wijze naar politieke periodes: 'onder Rutte I, II, III, IV.'
Marius was bekend om zijn militaire kracht en grote daden op het slagveld (overwinningen bij Aquae Sextiae, 102, en Vercellae, 101). Archias schreef een gedicht, Bellum Cimbricum, over deze overwinningen.
Catulus was meer cultureel georiënteerd.
Cicero benadrukt hier dat belangrijke mannen (zoals consuls) zich niet alleen bezighouden met politieke en militaire zaken. Dit past goed bij Cicero's betoog in deze redevoering, waarin hij het belang van literair en intellectueel erfgoed benadrukt. Welsprekendheid is noodzakelijk om de republiek te dienen.
Jonge Romeinen droegen tot hun 15e een toga praetexta. Deze was wit met een purperen rand aan de zoom. Het dragen van deze toga beschermde kinderen tegen seksueel wangedrag, kwaadaardige magie en immorele invloeden.
De familie van de Luculli zijn de beschermheren van Archias: L. Licinius Lucullus en zijn twee zonen, M. Licinius Lucullus en L. Licinius Lucullus (zie namenregister).
Het is belangrijk te onthouden dat de Luculli tijdens het proces aanwezig waren ter ondersteuning van Archias en Cicero - een goed voorbeeld van het klassensysteem in Rome, waarin elitefamilies invloed uitoefenden.
Dit is een voorbeeld van het hospitium dat Cicero eerder noemde.
Literair talent (natura) en moreel hoogstaand karakter (virtus) zijn cruciale begrippen voor Cicero's betoog, met een filosofische ondertoon. Ze verwijzen niet alleen naar Archias' karakter, maar ook naar zijn natuurlijke talent en kwaliteiten als burger.