Paragraaf 31
Qua re conservate, iudices, hominem pudore eo quem amicorum videtis comprobari cum dignitate, tum etiam vetustate, ingenio autem tanto quantum id convenit existimari, quod summorum hominum iudiciis expetitum esse videatis, causa vero eius modi quae beneficio legis, auctoritate municipi, testimonio Luculli, tabulis Metelli comprobetur. Quae cum ita sint, petimus a vobis, iudices, si qua non modo humana verum etiam divina in tantis ingeniis commendatio debet esse, ut eum qui vos, qui vestros imperatores, qui populi Romani res gestas semper ornavit, qui etiam his recentibus nostris vestrisque domesticis periculis aeternum se testimonium laudis daturum esse profitetur, quique est ex eo numero qui semper apud omnis sancti sunt habiti itaque dicti, sic in vestram accipiatis fidem ut humanitate vestra levatus potius quam acerbitate violatus esse videatur.
Qua re conservate, iudices, hominem pudore eo
- quem amicorum videtis comprobari cum dignitate, tum etiam vetustate,
ingenio autem tanto
- quantum id convenit existimari,
- quod summorum hominum iudiciis expetitum esse videatis,
causa vero eius modi
- quae beneficio legis, auctoritate municipi, testimonio Luculli, tabulis Metelli comprobetur.
- Quae cum ita sint,
petimus a vobis, iudices,
- si qua non modo humana verum etiam divina in tantis ingeniis commendatio debet esse,
- ut eum
- qui vos, qui vestros imperatores, qui populi Romani res gestas semper ornavit,
- qui etiam his recentibus nostris vestrisque domesticis periculis aeternum se testimonium laudis daturum esse profitetur,
- quique est ex eo numero
- qui semper apud omnis sancti sunt habiti itaque dicti,
- sic in vestram accipiatis fidem
- ut humanitate vestra levatus potius quam acerbitate violatus esse videatur.
Behoudt daarom, heren juryleden, een man wiens rechtschapenheid u gewaarborgd ziet door de waarde van zijn vrienden en door de lange duur van hun vriendschap, een man wiens grote talent – voor zover men het mag beoordelen – gezocht blijkt door de talenten van de meest hoogstaande persoonlijkheden, een man, wiens recht door de tussenkomst van de wet, door het gezag van de stad, het getuigenis van Lucullus en de registers van Metellus wordt bewezen. Nu dit zo is, vragen wij u, heren juryleden, zo waar deze grote talenten niet alleen een menselijke maar ook een goddelijke aanbeveling verdienen, dat mijn cliënt die u, uw veldheren en de successen van het Romeinse volk altijd geëerd heeft, die ook van onze jongste geschiedenis en uw binnenlandse gevaren een eeuwig, roemvol getuigenis belooft af te leggen en tot die mensen behoort die altijd bij allen heilig beschouwd en heilig genoemd zijn, van u op zulk een wijze bescherming ontvangt dat hij veeleer door uw menselijkheid lijkt te zijn gesteund dan door uw wreedheid onteerd.
Dit is de eerste ablativus qualitatis in een reeks van drie (hierna volgen ingenio en causa) waarmee hominem verder wordt ingevuld. Elke ablativus-bepaling wordt verder uitgewerkt door een woord of woordgroep (eo; tanto; eius modi), die vervolgens nader wordt bepaald door een betrekkelijke bijzin.
Genitivusattribuut behorend bij dignitate en vetustate.
Betrekkelijke bijzin met antecedent id; de zin heeft een sterk causale waarde (hij legt convenit uit); om deze causale betekenis aan te geven, staat in de bijzin een coniunctivus.
= Archias; antecedent van de volgende qui-zinnen.
Dit is een lange en complexe zin, vergelijkbaar (zowel qua stijl als structuur) met die aan het begin van de toespraak (exordium).
‘Interne crisis’ (Cicero vermijdt de term burgeroorlog, maar eigenlijk is dit wat hij hier bedoelt).
ex eo numero qui: we zouden eerder deze volgorde verwachten: ex numero eorum (met eorum als antecedent van de volgende betrekkelijke bijzin); Cicero kiest er echter voor om eorum impliciet te houden, in plaats daarvan een andere vorm van is te gebruiken (eo) en deze met numero te laten congrueren.
Deze vierde qui-zin staat niet op één lijn met de vorige drie, maar heeft een impliciet antecedent ex numero [eorum].
= omnes (-īs is een alternatieve uitgang voor de acc pl in de derde declinatie, dan met lange i).
'En dus ook zo genoemd'.
Hier 'bescherming'.
Het bijwoord geeft aan dat hier de confirmatio eindigt en de korte peroratio begint, die de zaak beknopt samenvat ten gunste van de verdachte en met pathos de welwillendheid van de jury probeert te winnen (zie essays over de onderdelen van een toespraak en over logos, ethos, pathos). We kunnen ons voorstellen dat Cicero de verbale pathos versterkte met pathetische handgebaren en door met luide stem te spreken, zie essay over actio.
De 17e-eeuwse Amsterdamse professor in de retorica Petrus Francius stelde zich voor dat deze hele peroratio ‘confirmata, ampla, et plena voce’ (met een zelfverzekerde, grootse en volle stem) uitgesproken moest worden.
Dit woord vormt een tricolon met ingenio en causa, dat door de syntaxis versterkt wordt (zie taalaantekening).
Het hyperbaton van dit genitivusattribuut en de zelfstandige naamwoorden waar het bijhoort geeft het woord ‘vrienden’ veel nadruk – de steun van gezaghebbende vrienden kon een beslissende factor in Romeinse rechtszaken zijn (ethos-vorming).
Zoals amicorum staat ook deze genitivus direct na het betrekkelijke voornaamwoord en krijgt daardoor nadruk. Dat beroemde manen Archias’ talent ondersteunen, versterkt eveneens zijn ethos.
Een tricolon binnen het derde colon van het grotere tricolon, zie aantekening bij pudore. De hele zin is door zijn syntactische structuur pathetisch en past daarmee bij wat men stilistisch in een peroratio verwacht.
Met (ali)qua vormt dit een hyperbaton rondom de bijvoeglijke naamwoorden humana en divina, die commendatio modificeren; de symmetrie wordt tot stand gebracht door de correlatieven non modo … verum etiam.
Een tricolon (met anafoor van qui); de reeks betrekkelijke bijzinnen afhankelijk van eum krijgt daardoor veel nadruk: Cicero wil het karakter van Archias dat hier getoond wordt de hoofden van zijn luisteraars instampen.
Met vestros imperatores en populi Romani res gestas vormt dit een tricolon crescens met climax: de verheerlijking van de daden van het Romeinse volk heeft Cicero ook in eerdere paragrafen als de belangrijkste prestatie van dichters beschreven – belangrijker dan de verheerlijking van individuele leiders. Hiermee probeert hij nog eens de welwillendheid van alle Romeinen te winnen die bij het proces als luisteraars aanwezig waren.
Cicero probeert de rechters bewust ervan te overtuigen om van het voetstuk van objectieve waarnemers af te stappen, omdat hun eigen belangen op het spel staan: hij insinueert dat ‘we allemaal in hetzelfde schuitje zitten’.
Met de volgende woorden vestra, violatus en videatur geeft de v-alliteratie de laatste zin een pathetisch einde.
Esse videatur is een clausula die bekend staat als favoriet bij Cicero (we weten uit latere tijden dat mensen die Cicero’s stijl wilden nadoen, vaak esse videatur aan het eind van zinnen schreven). Zie essay clausulae. De clausula versterkt de indruk dat de peroratio hier eigenlijk af is.
De lange, stilistisch uitgewerkte en pathetische zin zou een te verwachten en passend einde van de peroratio zijn; de redevoering lijkt ook hier te eindigen. (§32 is een soort van retorische anticlimax, zie commentaar daar).
Namelijk de lex Plautia Papiria, de wet van Marcus Plautius Silvanus en Gaius Papirius Carbo uit 89 v.Chr., die Cicero al in §4 heeft genoemd.
Het municipium is Heracleia (zie verder §4 en 5).
Licinius Lucullus, consul in 73 v.Chr. (zie verder §6 en 8); zie lijst van namen.
Q. Caecilius Metellus Pius, consul in 80 v.Chr. (zie verder §7 en 9).
Gebeurtenissen tijdens Cicero’s consulaat (namelijk de samenzwering van Catilina); zie §28 en 29.
Zie de hele tweede helft van de speech voor het belang van literatuur om en langdurige herinnering van iemands daden te creëren.
Zoals in het exordium, humanitas verschijnt opnieuw met verwijzing naar de rechters. Humanitas en de rol die literatuur daarin speelt is echter een belangrijk thema geweest in het tweede deel van de toespraak. Dit is een van de redenen waarom de Italiaanse humanisten deze toespraak zo waardeerden (‘humanist’ is afgeleid van humanitas); zie essay over de receptie van de toespraak en de PDF met receptie-items.