Overslaan en naar de inhoud gaan
10
NL
EN (Engels)

Paragraaf 10

Onderdelen aan/uitzetten:
Reguliere tekst

Quae cum ita sint, quid est quod de eius civitate dubitetis, praesertim cum aliis quoque in civitatibus fuerit ascriptus? Etenim cum mediocribus multis et aut nulla aut humili aliqua arte praeditis gratuito civitatem in Graecia homines impertiebant, Reginos credo aut Locrensis aut Neapolitanos aut Tarentinos, quod scaenicis artificibus largiri solebant, id huic summa ingeni praedito gloria noluisse! Quid? cum ceteri non modo post civitatem datam sed etiam post legem Papiam aliquo modo in eorum municipiorum tabulas inrepserunt, hic qui ne utitur quidem illis in quibus est scriptus, quod semper se Heracliensem esse voluit, reicietur?

Opgedeelde tekst
  • Quae cum ita sint,

quid est

  • quod de eius civitate dubitetis,
    • praesertim cum aliis quoque in civitatibus fuerit ascriptus?
  • Etenim cum mediocribus multis et aut nulla aut humili aliqua arte praeditis gratuito civitatem in Graecia homines impertiebant,

Reginos credo aut Locrensis aut Neapolitanos aut Tarentinos,

  • quod scaenicis artificibus largiri solebant

id huic summa ingeni praedito gloria noluisse!
Quid?

  • cum ceteri non modo post civitatem datam sed etiam post legem Papiam aliquo modo in eorum municipiorum tabulas inrepserunt,

hic

  • qui ne utitur quidem illis
    • in quibus est scriptus,
  • quod semper se Heracliensem esse voluit,

reicietur?

Vertaling

Waarom heeft u, gezien deze stand van zaken, dan twijfels over zijn burgerrecht, wanneer hij bovendien ook nog in andere steden is ingeschreven geweest? Terwijl men immers in Griekenland aan vele mensen van laag allooi, zonder beroep of met een vulgair beroep, zonder probleem het burgerrecht placht te verlenen, moet ik geloven dat de inwoners van Regium, Locri, Napels of Tarentum datgene wat zij voortdurend gul aan toneelspelers uitdeelden, aan mijn beroemde en getalenteerde cliënt zouden hebben geweigerd? Verder, terwijl zovelen niet alleen na de verlening van het burgerrecht maar ook na de uitvaardiging van de wet van Papius op een of andere manier de registers van die steden zijn binnengekropen, zal mijn cliënt, die zich zelfs niet op die registers beroept waar hij daadwerkelijk staat ingeschreven, omdat hij altijd inwoner van Heraclea heeft willen zijn, worden afgewezen?

Quid est quod (+ coniunctivus): ‘waarom’.

Dit is de gewone woordvolgorde, dus geen bijzonder hyperbaton; het geeft aan dat quoque bij deze nominale groep hoort; ook de plaats van het voorzetsel tussen het bijvoeglijk en zelfstandig naamwoord is idiomatisch.

Hier gebruikt als zelfstandig naamwoord; mediocribus en praeditis zijn attributief gebruikte bijvoeglijke naamwoorden daarbij.

Gebruikt als voegwoord.

Gebruikt als voegwoord.

Het subject van de cum-zin staat erg laat in de zin.

‘Ze verleenden’.

Reginos … noluisse: a.c.i. afhankelijk van credo.

Dit drukt oftewel verbazing of lichte irritatie over absurde aanklacht uit.

Dit verwijst naar de Zuid-Italiaanse municipia waar Archias ook burgerrechten bezat.

Dit gaat over Rome; het futurum verwijst naar een mogelijk negatieve uitkomst van de rechtszaak.

Quae … quid est quod: de alliteratie (door de opstapeling van q-woorden) geeft Cicero’s verontwaardiging weer in de vorm van een gemarkeerde retorische vraag.

cum (3x): in deze paragraaf staan drie syntactisch parallel gebouwde zinnen: steeds een cum-bijzin die de aantijging tegen Archias in a fortiori-argumenten ontkracht door vanuit een grotere context zijn situatie te vergelijken (andere steden, mensen met minder talent, de periode na de lex Papia).

De hele speech gaat onder andere over humanitas. Het woord is hier sowieso opvallend (Graeci als subject was makkelijker geweest dan homines in Graecia). Het feit dat het zo laat in de zin staat, geeft het extra nadruk: het is een beslissing van mensen (die van menselijkheid, humanitas, getuigd) om acteurs en dichters het burgerrecht te verlenen.

Een overdrijving; het was zeker niet zo dat acteurs om de haverklap het burgerschap in kleinere Italische steden verleend kregen.

Sterke ironie die Grattius’ aanklacht verder belachelijk maakt (zie §8 ridiculum).

praeditis – praedito: een opvallende herhaling waardoor het contrast tussen de acteurs met weinig talent (ars) en Archias met zijn groot aanzien verkregen door talent (summa ingenii gloria), versterkt wordt.

‘Binnenkruipen’, een woord dat heimelijke beweging aangeeft (zoals een slang die haar buit nadert); samen met het weinig concrete aliquo modo suggereert het incorrectheden die echter helemaal niet gespecificeerd worden.

praeditis – praedito: een opvallende herhaling waardoor het contrast tussen de acteurs met weinig talent (ars) en Archias met zijn groot aanzien verkregen door talent (summa ingenii gloria), versterkt wordt.

Door de manier waarop hier geen ruimte voor discussie blijkt voor een feitelijk onbewezen uitspraak, word je als luisteraar of lezer overdonderd.

Dit gaat over Magna Graecia, dat wil zeggen Zuid-Italië, blijkens de steden die later worden genoemd. Hier was Grieks waarschijnlijk nog dominant.

Cicero noemt de bewoners van vier steden in Zuid-Italië: Regium (het huidige Reggio Calabria); Locri (ook vandaag nog zo genoemd, in het huidige Calabria), Neapolis (het huidige Napels in Campania) en Tarentum (het huidige Tarente, Taranto, in Apulië). Zie plattegrond Zuid-Italië.

Het hier gebruikte woord voor toneelspeler, artifex, is algemener dan actor (artifex is iedereen die een ars bedrijft) en daardoor beter geschikt voor de vergelijking met de taalkunstenaar Archias. Misschien suggereert Cicero door de vergelijking met acteurs niet alleen talentverschil, maar ook statusverschil. Acteurs stonden laag op de sociale ladder in Rome, terwijl Griekse schrijvers in deze tijd steeds populairder werden en bovendien steeds meer Romeinen (ook uit de hoge sociale lagen) ook zelf gedichten schreven.

Hier wordt de massale uitbreiding van het burgerrecht bedoeld richting een groot deel van de inwoners van Italië als gevolg van de bondgenotenoorlog (zie §8). Het is makkelijk voor te stellen dat zo’n massale operatie die in heel korte tijd doorgevoerd moest worden, misbruik in de hand speelde.

Deze wet heette eigenlijk de Lex Papia de peregrinis, een wet uit het jaar 65 die mensen zou straffen die zich onwettelijk het Romeinse burgerrecht hadden toegeëigend (onze bron hiervoor is o.a. een commentaar op onze speech uit de 4e eeuw n. Chr., de zogenaamde Scholia Bobiensia).

Dit is een ingewikkeld argument: Cicero had al in §5 gesuggereerd (zonder er bewijs voor te tonen) dat Archias in meer steden dan alleen in Heraclea als burger ingeschreven stond, maar dat hij deze steden niet voor zijn Romeins burgerrecht wilde gebruiken. Het blijft onduidelijk waarom Cicero niet meer van dit bewijs maakt (bijv. door de burgerlijsten van deze steden tijdens het proces te tonen).

Logo Pro Archia
Naar de homepage van Pro Archia Vorige paragraaf Open Paragrafen Volgende paragraaf Open Verdieping

Paragrafen

  • Paragraaf 1
  • Paragraaf 2
  • Paragraaf 3
  • Paragraaf 4
  • Paragraaf 5
  • Paragraaf 6
  • Paragraaf 7
  • Paragraaf 8
  • Paragraaf 9
  • Paragraaf 10
  • Paragraaf 11
  • Paragraaf 12
  • Paragraaf 13
  • Paragraaf 14
  • Paragraaf 15
  • Paragraaf 16
  • Paragraaf 17
  • Paragraaf 18
  • Paragraaf 19
  • Paragraaf 20
  • Paragraaf 21
  • Paragraaf 22
  • Paragraaf 23
  • Paragraaf 24
  • Paragraaf 25
  • Paragraaf 26
  • Paragraaf 27
  • Paragraaf 28
  • Paragraaf 29
  • Paragraaf 30
  • Paragraaf 31
  • Paragraaf 32

Verdieping

  • Logos-ethos-pathos