Paragraaf 24
Quam multos scriptores rerum suarum magnus ille Alexander secum habuisse dicitur! Atque is tamen, cum in Sigeo ad Achillis tumulum astitisset: ‘o fortunate,’ inquit, ‘adulescens, qui tuae virtutis Homerum praeconem inveneris!’ Et vere. Nam, nisi Ilias illa exstitisset, idem tumulus qui corpus eius contexerat nomen etiam obruisset. Quid? noster hic Magnus qui cum virtute fortunam adaequavit, nonne Theophanem Mytilenaeum, scriptorem rerum suarum, in contione militum civitate donavit, et nostri illi fortes viri, sed rustici ac milites, dulcedine quadam gloriae commoti quasi participes eiusdem laudis magno illud clamore approbaverunt?
Quam multos scriptores rerum suarum magnus ille Alexander secum habuisse dicitur!
Atque is tamen,
- cum in Sigeo ad Achillis tumulum astitisset:
‘o fortunate,’ inquit, ‘adulescens,
- qui tuae virtutis Homerum praeconem inveneris!’
Et vere.
- Nam, nisi Ilias illa exstitisset,
idem tumulus
- qui corpus eius contexerat
nomen etiam obruisset.
Quid?
noster hic Magnus
- qui cum virtute fortunam adaequavit,
nonne Theophanem Mytilenaeum, scriptorem rerum suarum, in contione militum civitate donavit,
et nostri illi fortes viri, sed rustici ac milites,
- dulcedine quadam gloriae commoti
quasi participes eiusdem laudis magno illud clamore approbaverunt?
Talrijk zijn de schrijvers van zijn eigen geschiedenis geweest die Alexander de Grote om zich heen zou hebben gehad! Maar toch, toen hij in Sigeum bij het graf van Achilles was aangekomen, riep hij uit: ‘O, gelukkige jongen, jij hebt Homerus gekregen als heraut van jouw heldendom!’ Want als voor hem die dichtkunst niet zou hebben bestaan, zou het graf dat zijn lichaam bedekt ook zijn naam hebben bedolven. En verder heeft onze grote Pompeius, wiens succes gelijk was aan zijn dapperheid, niet Theophanes uit Mytilene, de kroniekschrijver van zijn daden, in de soldatenvergadering het burgerschap verleend en hebben onze dappere mannen – maar toch boeren en soldaten – door de zoetheid van de roem vervuld dit niet onder luid geschreeuw goedgekeurd alsof zij deelden in diezelfde roem?
Exclamatief.
'Geschiedschrijvers’.
‘De beroemde’.
Alexander habuisse dicitur: n.c.i.
Dit voegwoord leidt een temporele bijzin in met astitisset (= adstitisset). De plusquamperfectum coniunctivus drukt een handeling uit die aan het hoofdwerkwoord inquit voorafgaat.
Een predicatieve bepaling bij het object Homerum. De term praeco betekent letterlijk ‘heraut’, maar kan hier toepasselijker worden vertaald als ‘lofprijzer’.
‘Geluk/succes’.
Dit partikel leidt een directe vraag in die een bevestigend antwoord verwacht.
Donare wordt hier geconstrueerd met de accusatief van de ontvanger (Theophanem Mytilenaeum) en de ablatief van het geschonken object (civitate). Een alternatieve, synonieme constructie zou zijn: Theophani (dat.) civitatem (acc.) donavit.
Hier, en later ook met noster hic Magnus, introduceert Cicero twee exempla met een overtuigend doel, die beide het belang van literaire werken illustreren voor het vereeuwigen van de roem van grote veldheren.
Atque … inveneris: Cicero vertelt een beroemde anekdote uit Alexanders leven; dit noemt men in de retoricatheorie een topos (of locus communis). Men leerde dit soort verhaaltjes op retoricascholen uit het hoofd om ze op passende momenten te kunnen gebruiken.
Quid functioneert als een overgangsformule die de aandacht vestigt op wat komen gaat. Dit gebruik van quid is kenmerkend is voor Cicero’s redevoeringen. Hier gebruikt hij het ter introductie van een nieuw exemplum.
Het aanwijzende hic staat in contrast met het eerdere ille en benadrukt dat Pompeius, in vergelijking met Alexander, dichter bij Cicero’s eigen tijd staat. De bijnaam Magnus, traditioneel geassocieerd met Alexander, biedt Cicero een retorisch aanknopingspunt om het exemplum van Pompeius te introduceren en hem naar hetzelfde niveau te tillen.
De combinatie van bijvoeglijke naamwoorden (fortes…rustici) en zelfstandige naamwoorden (viri…milites) is opgebouwd rond het voegwoord sed, dat het gebrek aan verfijnde literaire vorming van de soldaten benadrukt – het zijn gewone mannen. Toch presenteert hij ook hen als beroemd (zoals illi laat zien, hetzelfde ille dat Cicero aan het begin van de paragraaf gebruikt om de held Alexander de Grote te introduceren!) en zij delen (partecipes) in de roem van Pompeius.
Deze woordgroep vormt een chiasme met participes …. laudis.
Alexander de Grote werd vergezeld door vele epische dichters en geschiedschrijvers. Van hun werken zijn slechts fragmenten bewaard gebleven.
Toen Francesco Petrarca Cicero’s Pro Archia in 1333 terugvond, was hij van deze zin bijzonder onder de indruk omdat hij daarmee het belang van zijn eigen positie als intellectueel en dichter aan het hof van de pausen goed kon neerzetten, zie PDF over receptie van de speech.
Dit is bij de kaap bij Troas waar het graf van Achilles traditioneel werd gelokaliseerd.
Achilles was Alexanders belangrijkste voorbeeld en inspiratiebron. Volgens antieke bronnen droeg Alexander steeds exemplaren van de Ilias bij zich.
Geboren in Mytilene, was Theophanes een vooraanstaand politiek figuur, zowel in zijn geboortestad als in Rome. Hij vergezelde Pompeius tijdens diens veldtochten in het oosten en werd in 67 v.Chr. een van zijn adviseurs; hij bleef hem trouw tot Pompeius’ vlucht naar en dood in Egypte. Hij schreef een werk waarin hij de prestaties van Pompeius vergeleek met die van Alexander de Grote, waarschijnlijk gepubliceerd vóór 62 v.Chr.; hiervan zijn slechts zes fragmenten bewaard gebleven.
Veldheren die de contio militum (de militaire vergadering) voorzaten, konden het burgerschap toekennen aan soldaten die zich door uitzonderlijke moed hadden onderscheiden, hoewel dit besluit formeel nog bekrachtigd moest worden door een decreet van het Romeinse volk.
Door een vergelijking te trekken tussen Theophanes van Mytilene en Archias, presenteert Cicero hun literaire activiteit als een verheerlijking, niet van individuele bevelhebbers, maar van het Romeinse volk als geheel (zie ook hierboven §21 en 22). Zo vermijdt hij al te persoonlijke verwijzingen die herinneringen aan politieke vijandschap of persoonlijke twisten zouden kunnen oproepen.