Delen van de redevoering (Partes orationis)
1. Exordium
De inleiding van een speech moet traditiegetrouw het publiek oplettend en welwillend maken om het vervolgens voor zich te winnen. In het Latijn heet dat: auditores attentos, benivolos, dociles facere. Hiervoor maakt een redenaar veelvuldig gebruik van ethos als retorisch middel (zie essay ethos logos pathos). In de Pro Archia vormen de paragrafen 1-3 het exordium.
2. Narratio
In de narratio vertelt de redenaar waarover de zaak gaat. Daarbij kan men de feiten alvast zo presenteren dat ze voor de latere argumentatie gunstig overkomen. De narratio wordt vaak gekenmerkt door eenvoudigere zinsconstructies. In deze speech vormen de paragrafen 4 (vanaf Nam ut primum) tot 7 de narratio.
3. Propositio en Partitio
In onze speech is de partitio, het aankondigen van de opbouw van de speech en de volgorde van de argumenten, afwezig (misschien omdat deze te kort daarvoor is, of omdat Cicero het tweede lange deel vanaf paragraaf 12 als verrassing nog niet wil verklappen). De propositio, het formuleren van de belangrijkste stelling, vinden we wel, maar uitzonderlijk vóór de narratio (het zou volgens de theorie eigenlijk daarna komen), namelijk in paragraaf 4: perficiam profecto ut hunc A. Licinium non modo non segregandum, cum sit civis, a numero civium, verum etiam si non esset, putetis asciscendum fuisse.
4. Argumentatio
De eigenlijke argumentatie, waarbij de redenaar met name teruggrijpt op logos, dus rationele argumentatie, valt traditioneel uiteen in twee delen: de weerlegging van de argumenten van de tegenpartij en het versterken van de eigen opvatting. De refutatio van de argumenten van Grattius’ aanklacht is in Pro Archia enorm kort en neemt maar vier paragrafen in beslag (8-11). Het tweede deel, de confirmatio van Cicero’s eigen stelling, is daarentegen het langste deel van de speech en gaat van paragraaf 12 tot en met 30. Streng genomen gaat Cicero hier echter een argumentatie optuigen die niet echt bij de aanklacht past (Grattius had het in zijn aanklacht zeker niet over de waarde van poëzie an sich); zoiets noemt men een argumentatio extra causam).
5. Peroratio
Het einde van de speech moet de belangrijkste punten nog eens kernachtig samenvatten. Opdat deze goed blijven beklijven, gebruikt een redenaar hier vooral veel pathos om het publiek te emotioneren. In Pro Archia wordt de peroratio door de paragrafen 31-32 gevormd, waarbij 31 typisch is: Cicero gebruikt inderdaad pathos en speelt in op het gevoel van verantwoordelijkheid van de rechters om de goede beslissing te nemen. Daarentegen voelt 32 als een verrassende (en atypische) anticlimax, waardoor de speech op een lichte, bijna humoristische toon eindigt.
Sommige handboeken voegen bij deze klassieke indeling nog een of meerdere digressio(nes) (uitweidingen) toe. Men zou zich kunnen afvragen of sommige van de anekdotes over de voorouders in de confirmatio (bijv. over Sulla en de slechte dichter in 25 of over Alexander aan het graf van Achilles in 24) zo'n uitweiding vormen, hoewel ze ook wel onderdeel van de argumentatie zijn.
Christoph Pieper
Verder lezen
Antoine Braet, Retorische kritiek. Hoe beoordeel je overtuigingskracht? Amsterdam 2012.
Opdracht:
Schrijf op basis van dit schema een schets van de aanklacht van Grattius, zover als je die vanuit Cicero’s redevoering kunt reconstrueren. Je mag zeker ook je fantasie gebruiken: hoe zou Grattius bijvoorbeeld ethos en pathos hebben kunnen inzetten in exordium en peroratio?