Paragraaf 19
Sit igitur, iudices, sanctum apud vos, humanissimos homines, hoc poetae nomen quod nulla umquam barbaria violavit. Saxa atque solitudines voci respondent, bestiae saepe immanes cantu flectuntur atque consistunt; nos instituti rebus optimis non poetarum voce moveamur? Homerum Colophonii civem esse dicunt suum, Chii suum vindicant, Salaminii repetunt, Smyrnaei vero suum esse confirmant itaque etiam delubrum eius in oppido dedicaverunt, permulti alii praeterea pugnant inter se atque contendunt. Ergo illi alienum, quia poeta fuit, post mortem etiam expetunt; nos hunc vivum qui et voluntate et legibus noster est repudiamus, praesertim cum omne olim studium atque omne ingenium contulerit Archias ad populi Romani gloriam laudemque celebrandam? Nam et Cimbricas res adulescens attigit et ipsi illi C. Mario qui durior ad haec studia videbatur iucundus fuit.
Sit igitur, iudices, sanctum apud vos, humanissimos homines, hoc poetae nomen
- quod nulla umquam barbaria violavit.
Saxa atque solitudines voci respondent,
bestiae saepe immanes cantu flectuntur atque consistunt;
nos
- instituti rebus optimis
non poetarum voce moveamur?
Homerum Colophonii civem esse dicunt suum,
Chii suum vindicant,
Salaminii repetunt,
Smyrnaei vero suum esse confirmant
itaque etiam delubrum eius in oppido dedicaverunt,
permulti alii praeterea pugnant inter se atque contendunt.
Ergo illi alienum,
- quia poeta fuit,
post mortem etiam expetunt;
nos hunc vivum
- qui et voluntate et legibus noster est
repudiamus,
- praesertim cum omne olim studium atque omne ingenium contulerit Archias
- ad populi Romani gloriam laudemque celebrandam?
Nam et Cimbricas res adulescens attigit
et ipsi illi C. Mario
- qui durior ad haec studia videbatur
iucundus fuit.
Laat daarom, heren juryleden, bij u – beschaafde mensen – de naam van dichter heilig zijn, een naam die door geen enkel barbarenland ooit is geschonden! Rotsen, eenzame streken antwoorden op hun stem, wilde dieren worden vaak door hun gezang getemd en tot staan gebracht, moeten wij, die door de hoogste beschaving zijn gevormd, dan niet worden ontroerd door het dichterwoord? Bewoners van Colophon beweren dat Homerus hun burger is, Chioten eisen hem op als hun Chioot, SalaminiĆ«rs claimen hem, inwoners van Smyrna verzekeren dat hij echt van hen is en hebben daarom ook een heiligdom ter zijner ere in hun stad opgericht en nog vele anderen betwisten hem. Anderen claimen dus een vreemdeling, zelfs nog na zijn dood, omdat hij een dichter was; moeten wij hem hier dan afwijzen, die in leven is en naar eigen verlangen en op grond van de wet bij ons behoort, terwijl, let wel, Archias sinds lange tijd al zijn werkkracht en al zijn talent in dienst heeft gesteld van de verheerlijking van de roem en de glorie van het Romeinse volk? De Cimbrische oorlogen, daar is hij in zijn jeugd aan begonnen, en hij was geliefd zelfs bij Gaius Marius, die voor dergelijke literaire activiteiten geen al te grote sympathie leek te bezitten.
'Titel, roem’.
Elk suum impliceert civem.
= Homeri.
Predicatief, 'als jongeman'.
Onderwerp = Archias.
In de zinnen tot en met contendunt zien we een paratactische stijl, dus praktisch zonder bijzinnen, wat opmerkelijk is voor Cicero's beroemde hypotactische stijl.
Om dit verzoek aan de rechters kracht bij te zetten, gebruikt Cicero een a-fortiori-argument.
Een figura etymologica dat benadrukt dat poëzie mensen tot 'echte' mensen maakt.
Met Homerus begint nog een a-fortiori-argument, maar het is een lastig geval, omdat het van het publiek vraagt te accepteren dat Homerus en Archias inderdaad tot dezelfde categorie behoren.
permulti ... praeterea pugnant: de sterke alliteratie benadrukt nog eens hoeveel Griekse steden wél eerbied voor poëzie hadden.
Met de drievoudige tegenstelling alienum -- noster / post mortem -- vivum / expetunt -- repudiamus benadrukt Cicero hoe ondankbaar en onbetamelijk de Romeinen Archias behandelen, terwijl hij toch één van hen is, waar Homerus juist een vreemdeling was voor de genoemde Griekse steden.
De o-alliteratie en het homoioteleuton (stud[ium] -- ingen[ium]) markeren dit woordpaar met een doeltreffend klankeffect.
Eigenlijk hysteron proteron: gloria ontstaat door lof. Maar de twee termen worden vaak bijna synoniem gebruikt.
Het aanhalen van Marius in de argumentatie vormt een bijzondere vorm van het autoriteitsargument. Als zelfs de nogal 'ongecultiveerde' Marius Archias en zijn gedichten waardeerde, dan zouden alle Romeinen dat ook moeten doen.
Cicero construeert hier een tegenstelling tussen beschaafd gebied (humanitas) en barbaarse streken (barbaria). De naam van de dichter verschijnt als een magische formule die weerstand kan bieden aan barbaria. Schenden (violare) is een krachtig werkwoord, omdat het een religieuze en militaire connotatie heeft: zo wordt de naam van de dichter impliciet geassocieerd met de pijlers van de Romeinse samenleving.
In het Latijn staat hier humanissimos homines. Doordat Cicero er zo op hamert dat 'mens-zijn' (humanitas) verband houdt met literaire en intellectuele cultuur, was deze redevoering een belangrijke tekst voor de grondlegging van het Italiaanse humanisme (het woord humanisme is immers afgeleid van datzelfde begrip humanitas!).
Dit is een toespeling op de mythische zanger Amphion die met zijn zang de stenen van de stadsmuur van Thebe kon bewegen.
Dit herinnert de Romeinse lezer aan Orpheus die na het verlies van Eurydice alleen in de bossen klaagliederen zong en daarmee de dieren tot medelijden bracht.
Volgens Cicero en Romeinse auteurs in het algemeen waren mensen superieur aan dieren omdat mensen over ratio (rede) beschikken.
Dit is een enorme claim: Cicero plaatst Archias hier impliciet op hetzelfde niveau als Homerus, de grondlegger van de Griekse literatuur. Dit is duidelijk zwaar overdreven en zelfs Cicero zal zijn eigen woorden niet geloofd hebben. Homerus was destijds al een cultuurheld met een bijna goddelijke verering (een heiligdom in Smyrna) en zijn werken werden veelvuldig becommentarieerd en nagevolgd. Archias daarentegen was misschien een goede dichter, maar waarschijnlijk niet uitzonderlijk: er waren in deze tijd meerdere dichters zoals hij die betaald werden voor het schrijven van lofdichten.
Colophon was een Ionische stad.
Inwoners van het eiland Chios.
De inwoners van Salamis op Cyprus (niet dezelfde stad als die van de beroemde Slag bij Salamis in 480 v.Chr., die zich vlak bij Piraeus bevindt).
Smyrna is het huidige Izmir in Turkije.
Het antieke debat over Homerus' geboorteplaats was inderdaad hevig en langdurig: er bestond een canon van zeven steden die elk aanspraak maakten op de eer de bakermat van de Griekse literatuur te zijn.
Archias wordt hier als een nationale dichter gepresenteerd. Dat is opvallend omdat de literaire mode van lofdichten voor grote militaire leiders in de eerste eeuw v.Chr. vaak juist erg egoïstische doelen had: machtige veldheren en politici wilden hun collega's overtroeven wat betreft roem en politieke invloed.
Klassiek begrippenpaar dat terugverwijst naar het ars/natura-debat (zie §18). Deze woorden werden ook gebruikt om te beschrijven wat Cicero in §1 van Archias had geleerd.
Marius (157-86 v.Chr.) was een van de succesvolste Romeinse veldheren van zijn generatie en wist zeven (!) keer consul te worden, vaker dan wie dan ook tijdens de Republikeinse periode. Als homo novus was hij meer een man van de daad dan van culturele verfijning. Aan het einde van zijn leven voerde hij een bloedige burgeroorlog tegen Sulla (88-86 v.Chr.).
De Cimbrische Oorlog van 113 tot 101 v.Chr. tegen de Germaanse en Keltische stammen van de Cimbren en Teutonen. Deze brachten de Romeinse legers dicht bij een verschrikkelijke nederlaag; uiteindelijk wist Marius hun troepen te verpletteren. Archias schreef als jongeman blijkbaar een lofdicht hierover en over de heldendaden van Marius.