Overslaan en naar de inhoud gaan
2
NL
EN (Engels)

Paragraaf 2

Onderdelen aan/uitzetten:
Reguliere tekst

Ac ne quis a nobis hoc ita dici forte miretur, quod alia quaedam in hoc facultas sit ingeni neque haec dicendi ratio aut disciplina, ne nos quidem huic uni studio penitus umquam dediti fuimus. Etenim omnes artes quae ad humanitatem pertinent habent quoddam commune vinclum et quasi cognatione quadam inter se continentur.

Opgedeelde tekst
  • Ac ne quis a nobis hoc ita dici forte miretur,
    • quod alia quaedam in hoc facultas sit ingeni neque haec dicendi ratio aut disciplina,

ne nos quidem huic uni studio penitus umquam dediti fuimus.
Etenim omnes artes

  • quae ad humanitatem pertinent

habent quoddam commune vinclum
et quasi cognatione quadam inter se continentur.

Vertaling

Laat niemand zich over onze woorden verbazen omdat mijn cliënt een duidelijk andere bekwaamheid bezit dan methodische scholing in de welsprekendheid: wij zijn nooit louter dit ene specialisme volledig toegedaan geweest. Alle kunsten en wetenschappen die tot de menselijke beschaving bijdragen, bezitten een gemeenschappelijke band en worden als het ware door onderlinge verwantschap verbonden.

= aliquis.

Het introduceert een oorzakelijke bijzin met het werkwoord in de coniunctivus, omdat het de mening weergeeft van de ingebeelde persoon die zich afvraagt ​​wat Cicero met zijn vorige uitspraak bedoelde.

Dativus van unus, -a, -um, hier betekent het ‘slechts één/enige’.

Hier ‘discipline/vakgebied’.

Alles wat door middel van regels geleerd kan worden, kan een kunst zijn (Grieks technē). Het verwijst zowel naar artistieke technieken, zoals welsprekendheid, als naar persoonlijke vaardigheden die iemand in staat stellen effectief te handelen. Deze laatste betekenis komt vooral veel voor in de geschriften van Cicero.

Pluralis majestatis, zoals eerder nos en dediti fuimus.

Cicero begint zijn toespraken vaak met de suggestie dat het publiek verrast zal zijn. Dit is slim: als luisteraars zo'n uitspraak horen, zullen ze nieuwsgierig zijn naar wat hen precies zou moeten verbazen (zie §1: een van de functies van het exordium is om de aandacht van de luisteraars te trekken).

Het gebruik van het onbepaalde bijvoeglijk naamwoord maakt alia nog onbepaalder en contrasteert met het gebruik van het aanwijzend voornaamwoord haec.

Quoddam ... vinculum ...cognatione quadam: het onbepaalde bijvoeglijk naamwoord verzacht de kracht van de zelfstandige naamwoorden vinculum en cognatio. Let ook op het chiasme: onbepaald bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord / zelfstandig naamwoord + onbepaald bijvoeglijk naamwoord.

Quasi: dit is een vorm van correctio, een retorisch middel dat tot doel heeft een bepaalde eigenschap of concept preciezer te definiëren – in dit geval het idee van nauwe verwantschap.

De poëtische vaardigheden van Archias worden hier gecontrasteerd met de dicendi ratio aut disciplina, oftewel de beoefening van welsprekendheid, waarin Cicero uitblinkt. Cicero veronderstelt hier dat zijn publiek verbaasd zal zijn dat hij beweert zijn retorische vaardigheden niet van andere redenaars te hebben geleerd (zoals zijn leraar L. Licinius Crassus, een van de belangrijkste gesprekspartners in De oratore), maar van een dichter.

Cicero cultiveerde niet alleen welsprekendheid (huic uni studio), maar wijdde zich ook aan de poëzie, hoewel dit als ondergeschikt wordt beschouwd aan zijn politieke en oratorische activiteiten. Cicero's poëtisch corpus is verloren gegaan: alleen de titels van de meeste van zijn werken en enkele fragmenten zijn bewaard gebleven. Het enige substantiële deel (570 verzen) is een vertaling van het astronomische gedicht Phaenomena van Aratus, bekend als Aratea. Aan Cicero worden talrijke gedichten over mythologische en geleerde onderwerpen toegeschreven (Pontius Glaucus, Alcyones, Nilus, Limon), evenals episch-historische werken (Marius, Ad Caesarem), waarvan er twee zelfverheerlijkend zijn (De consulatu suo, De temporibus suis).

Een cruciale term in de rede. Het duidt op het gevoel dat eigen is aan de mens jegens elkaar en komt overeen met het Griekse philantrōpia. De grootste lof voor welsprekendheid als fundament van humanitas vinden we in De oratore 1.30-34, waar Crassus zegt dat welsprekendheid zelfs staten heeft gesticht, wetten heeft uitgevaardigd en de mensheid heeft beschaafd. Bekijk de video van Simone Mollea voor een meer gedetailleerde uitleg.

Deze term drukt een bloedverwantschap uit. Het corrigeert gedeeltelijk vinculum, dat een band aanduidt die wordt gegenereerd door een externe kracht en door dwang, en benadrukt in plaats daarvan het 'familiale' karakter van de relatie tussen de artes.

Logo Pro Archia
Naar de homepage van Pro Archia Vorige paragraaf Open Paragrafen Volgende paragraaf Open Verdieping

Paragrafen

  • Paragraaf 1
  • Paragraaf 2
  • Paragraaf 3
  • Paragraaf 4
  • Paragraaf 5
  • Paragraaf 6
  • Paragraaf 7
  • Paragraaf 8
  • Paragraaf 9
  • Paragraaf 10
  • Paragraaf 11
  • Paragraaf 12
  • Paragraaf 13
  • Paragraaf 14
  • Paragraaf 15
  • Paragraaf 16
  • Paragraaf 17
  • Paragraaf 18
  • Paragraaf 19
  • Paragraaf 20
  • Paragraaf 21
  • Paragraaf 22
  • Paragraaf 23
  • Paragraaf 24
  • Paragraaf 25
  • Paragraaf 26
  • Paragraaf 27
  • Paragraaf 28
  • Paragraaf 29
  • Paragraaf 30
  • Paragraaf 31
  • Paragraaf 32

Verdieping

  • Logos-ethos-pathos