Paragraaf 15
Quaeret quispiam: 'quid? illi ipsi summi viri quorum virtutes litteris proditae sunt istane doctrina quam tu effers laudibus eruditi fuerunt?’ Difficile est hoc de omnibus confirmare, sed tamen est certum quid respondeam. Ego multos homines excellenti animo ac virtute fuisse sine doctrina, et naturae ipsius habitu prope divino per se ipsos et moderatos et gravis exstitisse fateor; etiam illud adiungo, saepius ad laudem atque virtutem naturam sine doctrina quam sine natura valuisse doctrinam. Atque idem ego hoc contendo, cum ad naturam eximiam et inlustrem accesserit ratio quaedam conformatioque doctrinae, tum illud nescio quid praeclarum ac singulare solere exsistere.
Quaeret quispiam:
‘quid?
illi ipsi summi viri
- quorum virtutes litteris proditae sunt
istane doctrina
- quam tu effers laudibus
eruditi fuerunt?’
Difficile est hoc de omnibus confirmare,
sed tamen est certum
Ego multos homines
- excellenti animo ac virtute fuisse sine doctrina,
- et naturae ipsius habitu prope divino per se ipsos et moderatos et gravis exstitisse
fateor;
etiam illud adiungo,
- saepius ad laudem atque virtutem naturam sine doctrina quam sine natura valuisse doctrinam.
Atque idem ego hoc contendo,
- cum ad naturam eximiam et inlustrem accesserit ratio quaedam conformatioque doctrinae,
- tum illud nescio quid praeclarum ac singulare solere exsistere.
Iemand zal nu verwonderd vragen: die voortreffelijke mannen, wier kwaliteiten in geschriften zijn overgeleverd, zijn die zelf gevormd door de studie die u zo ophemelt? Het is moeilijk om ten aanzien van allen deze vraag bevestigend te beantwoorden, maar het antwoord dat ik kan geven, staat buiten kijf. Ik geef toe dat er vele voortreffelijke, hoogstaande mensen zijn geweest die, zonder scholing, dankzij een bijna goddelijk te noemen aanleg op eigen kracht belangrijke persoonlijkheden van niveau zijn geworden. En ik voeg er nog het volgende aan toe: aanleg zonder scholing heeft vaker tot roemvolle prestaties geleid dan scholing zonder aanleg. Maar mijn stelling is ook: wanneer aan een bijzondere en schitterende aanleg ook een meer methodische scholing is gekoppeld, dan pleegt er iets heel prachtigs en bijzonders te ontstaan.
‘Iemand’: onbepaald voornaamwoord (quispiam, quaepiam, quippiam/quidpiam).
'Daadwerkelijk deze beroemde en grote mannen’.
Ille geeft aan dat de viri bij iedereen bekend zijn, ipse dat het inderdaad om deze groep beroemdheden gaat.
erudio + abl: ‘opleiden in’.
Ablativus van middel (instrumenti) bij effers: ‘verheffen door lof; de hemel in prijzen’.
Respondeam is een potentiële coniunctivus in een betrekkelijke bijzin (omdat de vraag die beantwoord wordt hypothetisch is).
Ablativus qualitatis.
= graves (zie §14).
Met exstitisse twee delen van de aci die afhangen van fateor, met homines als hun gedeelde accusativus-onderwerp.
Gevolgd door a.c.i.; de infinitief valuisse hoort bij beide accusativi: naturam (valuisse) quam valuisse doctrinam.
naturae … habitu: ‘met een natuurlijke houding’.
idem… hoc: hiermee wijst hij vooruit naar de inhoud van de a.c.i. die volgt.
Vertaal als: ‘terwijl’ en tum met ‘(en dan) in het bijzonder’; cum leidt een bijzin in, terwijl tum in de a.c.i. staat die van contendo afhangt.
‘Iets’; illud versterkt dit onbepaalde voornaamwoord.
Prolepsis of occupatio; Cicero anticipeert op een mogelijk bezwaar en weerlegt dit. In moderne termen is dit een stropopredenering (strawman-argument); Cicero verbeeldt zich wat een mogelijke opponent tegen zijn argumenten zou kunnen inbrengen. Deze prolepsis kenmerkt zich door een meer verzoenende toon in vergelijking met de prolepses in §8 en §11, waar Cicero zijn tegenstander Grattius de woorden in de mond legt.
De redundante manier waarmee deze mannen worden aangeduid, benadrukt hoe verrassend Cicero’s bewering is dat de helden uit het verleden hun grote daden wegens hun literaire bekwaamheid konden vervullen
difficile est...tamen certum est: verdere uitwerking van de stropopredenering. Hoewel Cicero doet alsof hij het een moeilijke vraag vindt, is de ironie dat hij het antwoord al met zekerheid weet (certum).
Een sterke formulering: groot talent verheft mensen boven hun medemensen en maakt hen bijna goddelijk; het relativerende prope staat erbij omdat Cicero weet dat de bewering door sommigen als blasfemisch opgevat kan worden.
Cicero gebruikt het woord doctrina vijf keer in deze paragraaf. Het herhaalde gebruik van hetzelfde woord in een mondelinge context zorgt ervoor dat dit specifieke woord beter in het geheugen van de toehoorders wordt gegrift.
Cicero prijst zichzelf op een subtiele manier. Hij benadrukt in eerdere paragrafen dat zijn proces van conformatio doctrinae nog steeds bijna dagelijks doorgaat. De formulering hier roept de triade uit de eerste paragraaf op: ingenium (‘natuurlijk talent’, hier natura); exercitatio (‘training’, hier conformatio); en ratio (‘redenering/ervaring', hier hetzelfde woord).
In de volgende paragrafen zal Cicero voorbeelden geven van wie hij bedoelt met deze mannen. De term summi viri was een technische aanduiding voor beroemde personen uit het verleden (Augustus versierde bijvoorbeeld later zijn Forum Augusti met standbeelden van summi viri).
Cicero moet hier deze concessie doen om te voorkomen dat hij een aanzienlijk deel van zijn publiek van zich vervreemdt. Het publiek bestond zowel uit mensen met een literaire opleiding als zonder. Om beide groepen te overtuigen, zorgt hij ervoor beide aan zijn kant te houden.
Roem (laus) verwijst naar de externe roem, terwijl het woord dat met prestaties wordt vertaald (virtus) de innerlijke waarde van een persoon betekent. Door deze woorden naast elkaar te plaatsen, benadrukt Cicero dat ware roem alleen kan voortkomen uit deugdzaam gedrag.
Cicero merkt op dat sommige grote persoonlijkheden deugd en grootsheid bereikten door natuurlijke aanleg alleen; maar hij stelt dat perfectie alleen bereikt kan worden wanneer aanleg wordt aangevuld met opvoeding en training (zie essay over natura en virtus).